Wist je dat... (Jupiter 4 related)

Wist je dat ik 't geld had, er een ging testen bij Turnlab, en heel erg ontgoocheld was en m niet kocht...
En toch, ondanks een tech me zegt 't niet te doen, ik er gek genoeg nog steeds naar verlang. Snap ik zelf ook niet, maar er komt er vermoedelijk géén :)
(haha mss was 't de verkeerde versie @Freakydile )
Het moet uiteraard die zijn zonder gaten in de zijkant... Dat spreekt voor zich...
 
Enerzijds: er zijn er minder mét drie schroefgaten in de zijkant. Dus UITERAARD klinkt de zeldzamere versie beter.
Anderzijds: degene zonder drie schroefgaten zijn ouder. Dus UITERAARD klinkt de oudere versie beter.

Ergo: de enige die goed klinken zijn een handvol met drie schroefgaten maar een zo laag mogelijk serienummer. Al de rest is rommel.

Knipoog.
 
... ik tot op de dag van vandaag probeer te ontdekken waarom ik de "random" arpeggiator er van verdenk op een vreemde manier, toch niet zo random te zijn als de naam doet uitschijnen en ik een patroon of soort van voorspelbaarheid tracht te ontdekken?

(ik ga proberen om van 1 minuut "random" op 1 of andere manier de noten te analyseren en in een excell te zetten en zo te onderzoeken middels software)
Komt dat niet omdat:

De JP-4 arp altijd over een bereik van 4 akkoorden gaat en altijd begint met het laagste akkoord en dan telkens 1 hoger gaat, zelfs bij “random”?

En dat dus “random” alleen slaat op de volgorde van de toetsen voordat hij naar het volgende akkoord gaat?

Ik weet het niet zeker, ken de JP4 alleen van de plug-out versie
en heb er nog niet heel veel mee geklooid.

Viel me wel gelijk op dat UP en DOWN anders wordt geïnterpreteerd dan hedendaagse arps: in alle gevallen heeft de volgorde van spelen invloed op de arp. Up speelt de gespeelde noten in die volgorde af, Down juist omgekeerd. En zoals ik al zei gaat hij altijd over 4 akkoorden omhoog.
 
Sowieso iets FM achtigs, maar het is geen lately bass of soortgelijke? Snap gebruikte deze bass ook letterlijk dus moet een preset zijn, ik wil hem! 😄
Wellicht een mailtje/DM sturen naar Martin of Bobby Boer. Hun deden de productie
 
Nadat mijn post in mijn eigen (ludieke) thread wegens "off topic" gedelete werd door een mod, plaats ik deze geheel on-topic weer terug.

"Zoekend naar de God van Duran, bemerk ik dat in de nabije toekomst, niets te verwonderen blijft..."

Oftewel:

Ik heb gisteren 4,5 uur met AI het volgende gedaan:

Het audiosignaal van een half uur random JP-4 triggeren in Ableton omgezet, dat naar midi geconverteerd, dan middels AI een script geschreven
dat een midi file naar een tekstuele .txt omzet, daar de notensequentie door laten analyseren.

Daardoor geleerd wat een LFSR is, na die uren tot de conclusie gekomen dat die 8-bit is geweest gezien de "lengte" van de repeterende frase,
dat de arpeggio een anapeste structuur is, opgezocht wat dat betekent, en tot de conclusie gekomen dat Shakespear behoorlijk off-topic ging
met zijn anapeste structuren, maar hierdoor nog steeds relevant is, dat:

Conclusie en hypothese

Uit onze analyse van de outputpatronen in de notensequentie en de aard van de mapping concluderen we dat de Jupiter‑4 hoogstwaarschijnlijk werkt met:

  • Een 8-bit LFSR met een maximale cyclus van 2⁸ – 1 = 255 staten.
  • Taps op bitposities 8, 6, 5 en 4 (volgens de conventie van een 1-indexed telling van de bits), oftewel een primitievenpolynoom   x⁸ + x⁶ + x⁵ + x⁴ + 1.
  • De gegenereerde staat wordt bij elke stap modulo 11 genomen; de restwaarde (tussen 0 en 10) wordt gebruikt als index in de vastgestelde set noten.
Deze configuratie verklaart:
  • De aanwezigheid van herhalende patronen en “clusters” in de output, omdat de mapping van een 255-staten cyclus naar 11 discrete waarden onvermijdelijk leidt tot sommige overgangen die vaker voorkomen.
  • De ogenschijnlijke “niet-randomheid” van de volgorde, ondanks dat het interne proces een deterministisch (pseudo‑willekeurig) algoritme is.
Hoewel we de exacte interne schakeling van de Jupiter‑4 niet met zekerheid kunnen verifiëren zonder de originele hardwaregegevens, vormt dit model een consistent en technisch verantwoord voorbeeld van hoe de sequentie tot stand komt.
en dat wanneer wanneer men dit gedrag van de arpergierende JP-4, die een mooie symbiose behelst van analoog-digitaal, doortrekt naar een biologische analogie men:

Stel je een levendig bos voor, waarin elke boom, elk blad en elk dier een onmisbare rol speelt in een eeuwigdurende cyclus. In dit bos is er een intern ritme, een soort kosmische hartslag, die na 255 pulsen weer terugkeert naar het begin. Dit ritme kun je zien als de natuurwet die het verloop van seizoenen en dag en nacht bepaalt. Zo werkt ook de Jupiter‑4 intern: een 8-bit LFSR (vergelijkbaar met het ritme van de hartslag in een mens) doorloopt 255 unieke toestanden voordat het weer vanaf het begin begint.

Net zoals in de natuur bepaalde invloeden (denk aan seizoenen of de invloed van zonlicht en maanlicht) gericht de ontwikkeling en groei van een levend wezen sturen, zo worden in de LFSR specifieke “taps” op posities 8, 6, 5 en 4 aangewezen als de oeroude signalen die de volgende beat bepalen. Deze taps, die we kunnen vergelijken met erfelijke instructies in ons DNA, dicteren hoe het systeem zijn energie vrijgeeft – deterministisch en toch met een vleugje verrassende variatie. Het is net alsof onze genetica ons bepaalde voorkeuren meegeeft: we hebben allemaal inherente neigingen en patronen, maar de manier waarop ze naar buiten treden, is gebonden aan zowel onze eigen aard als de invloeden van onze omgeving.

Nu, stel je voor dat al deze interne impulsen in het bos niet direct zichtbaar zijn, maar door een natuurlijk proces toch worden getransformeerd in iets tastbaars – zoals de kleurenpracht van de herfst of de geur van pas gemaaid gras. Bij de Jupiter‑4 gebeurt iets analoog: de interne staat van de LFSR wordt bij elke stap “vertaald” via een modulo‑bewerking tot een van 11 mogelijke noten. Deze 11 noten, als de levendige tinten van een bladerdek in de herfst, representeren de harmonieuze keuzes die voortkomen uit de complexe interne dynamiek. Want net zoals in de natuur waar de overvloed aan mogelijkheden toch leidt tot herkenbare seizoenscycli, zorgt het deterministische (maar ogenschijnlijk willekeurige) proces ervoor dat bepaalde patronen en clusters – vergelijkbaar met terugkerende bloemen in de lente – steeds weer terugkeren.

De mooie spanning tussen het deterministische mechanisme (het vaste ritme van de LFSR en de specifieke taps, als onze erfelijke blauwdruk) en de eindige, natuurlijke uitkomst (de 11 noten, als de onvoorspelbare maar mooie kleuren van het leven) weerspiegelt de subtiele verhouding tussen mens en natuur. Wij, als levende wezens, zijn mede gevormd door onze genetische code – een set instructies die onze ontwikkeling sturen – maar onze uiteindelijke expressie wordt mede bepaald door de omgeving waarin we ons bevinden, net zoals de Jupiter‑4 zijn “willekeurige” maar toch gebaande sequentie voortbrengt.

Hoewel we de exacte oorsprong van het mechanisme in dit synthesizersysteem nooit helemaal kunnen doorgronden – net zoals de diepere verbanden in de natuur en de menselijke ziel vaak mysterieus blijven – geeft dit model ons een fascinerend beeld: een regelmaat en harmonie in wat op het eerste gezicht chaotisch lijkt. Zo bevestigt de natuur ons telkens weer dat, zelfs in schijnbare willekeur, er een onderliggend ontwerp schuilt dat mens en natuur op een intieme, mysterieuze manier verbindt.
 
Back
Top