Boventonen?

...
Ik wil gerust heel het document eens doornemen op een later tijdstip, misschien nuanceer ik dan wel mijn mening omtrent de in mijn ogen (nog altijd) lastige didactische aanpak richting synthese.

Het zou je gesierd hebben als je had gezegd: "OK, ik snap kennelijk geen moer van het trillingsgedrag van snaren en kan de timbre-verschillen van verschillende tokkelpunten ook al niet echt goed horen, dus ik hou voorlopig even mijn lippen stijf op elkaar over de didactische kwaliteiten van een tekst die ik niet gelezen heb, in plaats van mijn "brainfart" nog eens dunnetjes over te doen en zonder enig argument door te gaan met twijfel zaaien over het werk van een ander."
 
Dacht dat ik dat getypt had, maar dan niet met zoveel woorden.

Mijn excuses, hoor. Ik lees nu even de hele thread rustig door (zat gisteren nog in de verbeterstress) en besef dat ik wel wat steken heb laten vallen en dingen gemisinterpreteerd heb.

Bedankt aan diegenen die dat op een respectvolle manier kunnen aangeven :).
 
Dacht dat ik dat getypt had, maar dan niet met zoveel woorden.

Mijn excuses, hoor. Ik lees nu even de hele thread rustig door (zat gisteren nog in de verbeterstress) en besef dat ik wel wat steken heb laten vallen en dingen gemisinterpreteerd heb.

Bedankt aan diegenen die dat op een respectvolle manier kunnen aangeven :).


excuus wederzijds. ik was enigszins pissed...:o:.
 
Even een poging tot een hele andere uitleg: als je hem net aanslaat, doet een snaar maar wat; hij veert zo snel mogelijk terug om zo snel mogelijk weer zijn originele lengte aan te nemen. Maar die trilling in de breedterichting (net als een elastiekje zou doen) is eigenlijk niet de trilling waar het om gaat. Als je naar een videotje kijkt van een gitaarsnaar in slow motion (zie youtube), zie je dat die trilling ook niet zo lang duurt als het daadwerkelijke geluid.

Er treden ook allerlei andere trillingen op die zich in feite over de lengterichting van de snaar verplaatsen. Wat voor frequentie die trillingen hebben, is deels afhankelijk van de afstand van de aanslagplek tot de bevestigingspunten van de snaar. Wat er op dit hele korte moment vlak na de aanslag gebeurt, heeft nog maar weinig te maken met de toon die je uiteindelijk hoort.

Stel nou dat de snaar niet vast zat en niet gespannen is, maar in de ruimte zweeft; dan zouden die trillingen aardig in de buurt komen bij een perfecte sinusgolf. Dat lijkt een beetje op wat je ziet als je met een touw schud. Maar een snaar zit wel vast. Daardoor zullen de oorspronkelijke "willekeurige" trillingen die zich over de lengterichting van de snaar verplaatsten, worden weerkaatst. Afhankelijk van de lengte van de snaar, zullen sommige van die trillingen elkaar opheffen of juist versterken (resoneren).

Als je het nou uittekent, zie je vrij snel dat het de even boventonen zijn die elkaar zullen opheffen terwijl de oneven boventonen juist gaan resoneren. Dat is het geluid wat je uiteindelijk hoort. Dat is natuurlijk geen zaagtand, maar een hele collectie op zichzelf zuivere sinusgolven die een steeds kleinere amplitude hebben naarmate ze een grotere frequentie hebben.

Stel nou dat je die sinusgolven allemaal op een bepaalde manier in fase verschuift, dan vormen ze samen precies een zaagtand. En omdat het menselijk gehoor dergelijke faseverschillen niet kan horen, kun je dus zeggen dat een gitaarsnaar een zaagtandachtige golf teweeg brengt.

Het volgende plaatje laat dat laatste heel mooi zien voor een blokgolf. Voor de zaagtand kan ik hem helaas niet vinden.

http://en.wikipedia.org/wiki/File:Synthesis_square.gif

Disclaimer: ik zuig dit ter plekke uit mijn duim en er zou dus wel eens geen biet van kunnen kloppen:-)
 
Eindelijk HET perfecte stukje text gevonden om mezelf mee in slaap te lezen....:Z

bedankt jongens!
 
Jammer dat je de trilling van een snaar, de trillingsmodi ("knopen en buiken"), de boventonen, de klankkleur die je uiteindelijk hoort en die onder meer afhangt van het tokkelpunt (aanstrijkpunt) en, bij een electrische gitaar, van de plaats van het element onder de snaar, jammer dat je dat niet allemaal op slechts één enkel A-viertje kunt uitleggen. Tegen beter weten in wil ik het toch proberen.

wat zijn trillingsmodi?
Neem een stuk touw. Maak een uiteinde vast aan de muur het andere aan het blad van een decoupeerzaag. Houd het touw goed strak en zet de zaag aan. Verhoog geleidelijk het toerental. Een voor een zie je de trillingspatronen (de zg. modi) in het snel op en neer bewegende touw ontstaan. Zie figuur 1. Merk op: ook de toerentallen verhouden zich als 1 : 2 : 3 : 4 .... Elke trillingsmodus, elk toerental is een "boventoon".
Een snaar gedraagt zich precies zo, alleen is de spanning hoger, zodat de frequenties van de trillingsmodi, boventonen ook hoger zijn.

tokkelpunt en de sterkten van de modi
Waar je de snaar ook aantokkelt, de uitwijking van de snaar is in elk punt ten allen tijde een optelling van de uitwijkingen van de trillingsmodi afzonderlijk.
Maar hoe verklaar je nu dat de klank van een snaar afhangt van de plaats waar je de snaar aantokkelt en dus mede afhangt van de golfvorm van de snaar?
Bij elk tokkelpunt blijken de amplitudeverhoudingen van de trillingsmodi weer anders. Steeds levert de som van de modi precies de golf van de snaar op zoals je die in een bepaald punt aantokkelt.
In figuur 2 zie je een computer-animatie waarbij de snaar wordt getokkeld in een punt op 7/8 van de snaarlengte. Daardoor ontstaat een bepaalde configuratie van amplitudes van de modi. Die is te zien onderaan links in de figuur: daar is de amplitude van elke modus afgebeeld door een paars paaltje met een bepaalde lengte (als een paaltje "negatief" is, dan is de modus 180 graden uit fase). Deze paaltjes vormen samen het zg. spectrum.
In de bovenste figuur van het stripverhaal wordt de snaarvorm (blauw) benaderd door slechts 1 modus (rood) . Die benadering levert een sinusvormige snaarvormbenadering. In de figuren daaronder wordt steeds een hogere modus bijgemixt. Zo wordt de vorm van de getokkelde snaar steeds beter benaderd.
De computer geeft hiermee een bewijs dat de vorm van de snaar bepalend is voor de sterkten van de trillingsmodi. Het is ook een bewijs dat het onmogelijk is om een snaar door te tokkelen slechts een enkele trillingsmodus op te wekken. Je krijgt dus NOOOOOOOOIT een zuivere sinus te horen als je tokkelt!!! Dat is intuïtief ook wel in te zien als je bedenkt dat een getokkelde snaar een geknikte golfvorm heeft in het tokkelpunt. Juist dat simpele knikje heeft gezorgd voor een van de meest fascinerende, langdurige en hartstochtelijke debatten in de wetenschap van de 18de en 19de eeuw. Dat debat werd uiteindelijk beslecht door Fourier, aan wie we de spectraalanalyse danken.

klankkleur
Het spectrum dat hier steeds links getekend is, is NIET het spectrum van de klank die je hoort!!! Immers het heeft uitsluitend betrekking op de golfvorm van de snaar en dat is natuurlijk geen geluid. (de golfvorm van de snaar is een uitwijkingsfunctie van plaats; geluid is een uitwijkingsfunctie van tijd).
Je kunt dit vergelijken met het geluid van een solo-zanger in een zaal. Je hoort nooit puur de zang-op-zich; je hoort ook de vervorming ervan tengevolge van de zaal-akoestiek.
De klank die je hoort als je de snaar van een akoestische gitaar tokkelt, wordt bepaald door zowel de plaats van het tokkelpunt maar ook door de klankkast. Dat is een nogal complexe feedback-relatie (en uit didactisch oogpunt dus totaal ongeschikt!!). Veel simpeler is de electrische gitaar, waar de klankkleur slechts afhangt van twee dingen die (in tegenstelling tot de akoestische gitaar) geen enkele mechanische interactie met elkaar hebben, nl. de plaats van het tokkelpunt en die van het opnamepunt (element).
Fig. 2 bestaat uit een aantal strip-plaatjes. Elk afzonderlijk daarvan is een stilstaand beeld uit een animatie van de van de bewegende snaar, gemaakt met WaveWizard. Wat je ziet is in zeer vertraagde film van de beweging van de snaar (blauw), maar het mooie van de computer is bovendien dat ook de mix van een of meerdere modi afgebeeld en hoorbaar gemaakt kan worden. Het is heel fascinerend en leerzaam om zulke animaties te bekijken en zelf steeds een ander tokkelpunt, en een ander opnamepunt te kiezen en de daarmee corresponderende golfvormen en klanken te zien en te horen.
Dit wordt stap voor stap uitgelegd in de tekst die ik hierboven al noemde
 
 
 

Attachments

  • Fig 1 trillingsmodi.jpg
    Fig 1 trillingsmodi.jpg
    98,1 KB · Bekeken: 125
  • Fig 2 Modi en tokkelpunt.jpg
    Fig 2 Modi en tokkelpunt.jpg
    69,9 KB · Bekeken: 97
Maar wat ik daarbij even mis, is waarom de snaar op een bepaalde set frequenties trilt. Bij een gitaarsnaar wordt die set beperkt door de lengte en de spanning. Er is geen decoupeerzaag met een variabel toerental die de trillingsfrequentie bepaalt; dat doet de snaar zelf. En volgens mij gebeurt dat grotendeels zoals ik beschrijf in mijn voorgaande reactie waarvan je huilend (=() zegt dat er geen biet van klopt; hoe werkt het dan wel?
 
Maar wat ik daarbij even mis, is waarom de snaar op een bepaalde set frequenties trilt. Bij een gitaarsnaar wordt die set beperkt door de lengte en de spanning. Er is geen decoupeerzaag met een variabel toerental die de trillingsfrequentie bepaalt; dat doet de snaar zelf. En volgens mij gebeurt dat grotendeels zoals ik beschrijf in mijn voorgaande reactie waarvan je huilend (=() zegt dat er geen biet van klopt; hoe werkt het dan wel?

Hoe het "dan wèl" werkt heb ik in mijn vorige post geprobeerd in 't kort uit te leggen. Die schreef ik vooral n.a.v. jouw verhaal waar ik, eerlijk gezegd, geen chocola van kan maken, vanwege de vele beschrijvingen die niet helemaal kloppen, mild uitgedrukt. Daarom is het ook onmogelijk om antwoord te geven op de vraag of het snaargedrag "grotendeels (???)" volgens jouw beschrijving verloopt.
Om een paar punten te noemen:
als je hem net aanslaat, doet een snaar maar wat;
De golfvorm wordt voor elk moment exact beschreven door de golfvergelijking.
hij veert zo snel mogelijk terug om zo snel mogelijk weer zijn originele lengte aan te nemen.
Vanaf het tokkelmoment planten twee golffronten zich gelijktijdig in tegengestelde richtingen voort door de snaar (lopende golven) . De snaargolfvorm vormt op elk tijdstip een staande golf die de optelling is van die twee lopende golven.
Maar die trilling in de breedterichting (net als een elastiekje zou doen) is eigenlijk niet de trilling waar het om gaat.
breedterichting: Je bedoelt waarschijnlijk de uitwijking?
Als je naar een videotje kijkt van een gitaarsnaar in slow motion (zie youtube), zie je dat die trilling ook niet zo lang duurt als het daadwerkelijke geluid.
Dus je hoort iets terwijl er niks trilt ??

Er treden ook allerlei andere trillingen op die zich in feite over de lengterichting van de snaar verplaatsen. Wat voor frequentie die trillingen hebben, is deels afhankelijk van de afstand van de aanslagplek tot de bevestigingspunten van de snaar.
De frequentie is ONAFHANKELIJK van het tokkelpunt!
Wat er op dit hele korte moment vlak na de aanslag gebeurt, heeft nog maar weinig te maken met de toon die je uiteindelijk hoort.
Elke fractie van de trilling draagt bij aan wat je hoort.

Stel nou dat de snaar niet vast zat en niet gespannen is, maar in de ruimte zweeft; dan zouden die trillingen aardig in de buurt komen bij een perfecte sinusgolf.
???? Over de golfvorm kun je niets zeggen. De golfvorm is puur de "informatie" die over de lengte van die in de ruimte zwevende snaar wordt getransporteerd. Dat kan een sinus zijn, maar ook een willekeurige andere trilling, bv. een radiobericht.
Maar een snaar zit wel vast. Daardoor zullen de oorspronkelijke "willekeurige" trillingen die zich over de lengterichting van de snaar verplaatsten, worden weerkaatst. Afhankelijk van de lengte van de snaar, zullen sommige van die trillingen elkaar opheffen of juist versterken (resoneren).
Er ontstaat nu een staande golf met een trillingsregime dat periodiek is (de demping gemakshalve even vergetend) en dat in het frequentiedomein een harmonisch spectrum te zien geeft.
Als je met die "trillingen" de modi bedoelt (wat anders?) dan is het onjuist wat je zegt: modi kunnen elkaar niet opheffen.
Als je het nou uittekent, zie je vrij snel dat het de even boventonen zijn die elkaar zullen opheffen terwijl de oneven boventonen juist gaan resoneren.
Oneven boventonen kunnen evengoed onderdrukt worden als even boventonen. Als het tokkelpunt exact samenvalt met de knooppositie van een bepaalde modus, dan zal die modus niet kunnen worden opgewekt. Bij een electrische gitaar geldt dat ook voor het opneempunt.
Dat is het geluid wat je uiteindelijk hoort.
Deze conclusie is dan eveneens onjuist.
Dat is natuurlijk geen zaagtand, maar een hele collectie op zichzelf zuivere sinusgolven die een steeds kleinere amplitude hebben naarmate ze een grotere frequentie hebben.
Daarmee geef je nu juist een redelijk nauwkeurige beschrijving van een zaagtand: mix van sinussen met harmonische frequenties en met amplitudes die daarmee omgekeerd evenredig zijn

Stel nou dat je die sinusgolven allemaal op een bepaalde manier in fase verschuift, dan vormen ze samen precies een zaagtand.
En omdat het menselijk gehoor dergelijke faseverschillen niet kan horen, kun je dus zeggen dat een gitaarsnaar een zaagtandachtige golf teweeg brengt.
Je kunt met een snaar net zo min een zuivere zaagtand opwekken als een zuivere sinus. Dit komt doordat er altijd sprake is van een aanstrijk- of tokkel- of aanslagpunt, waardoor een gewelfd spectrum ontstaat. Zie figuur.
Disclaimer: ik zuig dit ter plekke uit mijn duim en er zou dus wel eens geen biet van kunnen kloppen:-)
Dit is de eerste zin waar ik helemaal zonder kleerscheuren doorheen kom...:)
 

Attachments

  • spectrum snaar.jpg
    spectrum snaar.jpg
    28,9 KB · Bekeken: 100
Back
Top