Het grote probleem met veel "elektronische" composities, vind ik, is dat ze teveel zijn opgebouwd uit een nevenschikking van elementen, klankstructuren, die op zichzelf misschien wel aardige trouvailles zijn, maar die verder geen onderling verband lijken te hebben, geen organisch geheel vormen. Daardoor ontbreekt dan precies de eigenschap waardoor je iets muziek noemt: structuur, "eenheid van handeling".
Maar hier, in Etude Violinesque, tref ik die structuur en eenheid juist wèl aan: er speelt zich een heel subtiel, sfeervol, homogeen klankproces af en de betovering wordt nergens verbroken. Complimenten!