Misschien helpt het dan ook een beetje om aan te geven wat voor soort geluid je wil programmeren. Ik bedoel, je stapt toch ook niet zomaar in een willekeurige trein terwijl je eigenlijk naar Amsterdam wil?
Verder kan ik je misschien dezelfde tip geven die ik iemand anders al aan de hand deed : je hebt een Subtractor. Verdeel het ding voor jezelf in 3 hoofd-onderdelen: oscillator, filter, volume. Zet je volume op een "gate" (0 attack, 0 decay, 10 sustain, 0 release - nouja, misschien de attack en release net iets hoger zodat 'ie niet 'tikt'). Zet de filters helemaal open (cutoff maximaal bij een lowpass of cutoff minimaal bij een highpass). Ga nu met 1 oscillator aan alle golfvormen langs. Schrijf desnoods de nummers op en schrijf erachter hoe je ze vindt klinken (warm, wollig, kil, digitaal, bescheiden, lief, bruut etc.). Speel elke keer een klein stukje, misschien verschillende stukjes van een ander genre (een trance-arpje bij een zaag, een ballad bij een EP-achtige golf) om tot een betere beslissing te komen.
Aangezien Osc 2 op Subtractor alles hetzelfde heeft op de tuning na kun je nadat je Osc 1 hebt bestudeerd Osc 2 aanzetten. Experimenteer eerst met identieke golven en een lichte fine detune; zo krijgt het geluid 'zweving' en wordt het 'vetter'. In het geval van "digitalere" golven (glasachtig, veel harmonischen) krijgt het een soort chorus/flanger effect. Het onderling detunen van radicaal verschillende golven heeft wat bescheidener resultaten, dus laat dat nog maar even liggen.
Vervolgens ga je de coarse tune (ook wel note shift, semitone genoemd) gebruiken. Stel 'm eens in op vierden, vijfden of een heel octaaf (+5 of +7 of +12) en luister wat er dan met het geluid gebeurd. Het wordt op verschillende manieren onbruikbaar bij bepaalde akkoorden, of breder bij de juiste akkoorden omdat het zichzelf harmonisch aanvult.
Hier ben je als het goed is al een week mee bezig. Probeer het niet in een enkele dag te doen, experimenteer gewoon even en ga dan weer verder met gewoon wat tingelen/componeren. Anders wordt je luistermoe en ga je het verband een beetje verliezen.
Nu je weet hoe de grondtonen gemaakt kunnen worden (een hele hoop atmosferische pad-geluiden baseren zich niet zozeer op filters of volume-envelopes, maar op een lekkere reverb en het kiezen van de juiste tunings en multisamples of waveforms!) kun je eigenlijk alles. Immers, filters komen er maar in een paar smaken (highpass, lowpass, bandpass, bandreject, 12/24 db) en beinvloeden het hele geluid - tenzij je een van de lucky bastards bent die parallele filters hebben (vrijwel elke XP/JV rompler, Yamaha romplers na de SY-serie - maar da's niet eerlijk, omdat die geforceerde parallele filters hebben

- (Waldorf (m)Q, Virus B/C, Nord (Micro)Modular, Alesis ION etc.) Dan wordt het namelijk helemaal leuk - je kunt de output van een oscillator naar een van de filters laten gaan om het geluid op additieve wijze op te bouwen. Zo heb je misschien ooit van die 'flonkerende' geluiden gehoord - een zachte pad als basis terwijl een S&H highpassfiltered pulsgolfje in de bovenste regionen zit te animeren. Ik weet niet precies hoe het met Subtractor zit, maar je MS2000 heeft geen parallele filters. Niet getreurd, je kunt enkele DWGS-geluiden gebruiken die qua inhoud al gehighpassfiltered lijken te zijn.
Analyseer ook wat je vindt dat aan je eigen geluiden ontbreekt. Vaak is dat laatste laagje vooral de kunst om goed te EQ'en en gebruik te maken van masteringtools (compressie geeft al veel meer 'shit, dit staat hard' sensatie).
Verdeel modulatie in singulier (Envelopes - deze lopen een soort grafiek 1 keer door (singulier) en 'beïnvloeden' een parameter zoals cutoff, pitch of volume slechts naar 1 kant toe) en cyclisch (een LFO blijft een bepaalde grafiek herhalen). Dan heb je nog unipolair (zie de envelopes) en bipolair (zie de LFO - deze heeft een middellijn met afwijking naar boven en naar onder).
Je zag al dat vetheid in het geluid kwam door 2 oscillators lichtelijk van elkaar te verstemmen. Als je die verstemming nu beinvloedt met een LFO krijg je een geanimeerde vetheid - meer variatie in je geluid. Wijs de parameters van de LFO aan fysieke controle (velocity, stand van je modulatiewiel, aftertouch) en je krijgt expressiviteit. Net zoals een saxofonist verschillende manieren heeft om te blazen kan jij je geluid varieren door gebruik te maken van de verschillen in aanslag en modwheel - het langzaam laten opkomen of plots raken.
De MS2000 is een heel mooi ding, maar sommige andere synths zijn beter (lees : sneller en makkelijker) naar een soort karakter toe te sturen. De Virus wordt een trancebak genoemd omdat een hoop presets een dikke laag unisono bevatten en op trance gericht zijn. Echter, ik vind 'm heel geschikt voor lekkere vintage-leads, al zal niet iedereen 'm daar voor gaan gebruiken. Ik vind 'm al helemaal subliem in het nabootsen van een Rhodes - hij doet 't beter en expressiever dan m'n XP-30

. Een Waldorf XT is een geschikte machine voor het maken van evoluerende pads, maar het ding laat je ook toe om het als een meer conventionele subtractieve synth te gebruiken. Het ligt er echt aan wat je er mee doet, en ook al doen een miljoen anderen alleen maar genre X met die bak die jij hebt; dat zou je niet tegen moeten houden om er je eigen ding mee te doen.
Dat wil niet zeggen dat het niet met een MS gaat, maar als het programmeren je niet makkelijk afgaat of je krijgt pas na veel zweet, bloed en tranen wat je wilt, dan moet je iets anders zoeken. Sounddesign is heel leuk en een primaire kennis ervan vind ik persoonlijk verplicht, maar als je het compositie en arrangement in de weg gaat staan in zoverre dat je meer met sleutelen bezig bent dan met muziek maken, zoek dan iets anders.