Wilde eigenlijk wegblijven van deze rabbit hole, enerzijds omdat het mogelijk meer verwarring dan verduidelijking gaat opleveren (zeker in context van wat TS vraagt gaat het veel te ver), en anderzijds omdat ik zelf al een tijdje niet meer vuistdiep in video zit dus mijn kennis ook niet geheel up to date is. Maar in bovenstaande post van
@jserle worden naast terechte punten ook wat dingen genoemd en aannames gedaan die niet helemaal kloppen. Dus hier een poging een kleine intro digitale video te geven.
Allereerst moet, zoals eerder al opgemerkt door iemand, onderscheid gemaakt worden tussen een
container format en een
codec.
Een
container format is, zoals de naam eigenlijk al zegt, de verpakking waarin een video zit. In het containerformat zit informatie die de mediaspeler kam gebruiken om de video correct weer te geven (en bijvoorbeeld de audio en ondertiteling), maar zegt in principe niets over de kwaliteit van de video en audio zelf. Voorbeelden van container formats zijn AVI, MOV en MP4.
Een
codec is een algoritme om video (en audio) te comprimeren en decomprimeren. De kwaliteit van de video (en audio) wordt enerzijds bepaald door de
kwaliteit van het algoritme en anderzijds door de hoeveelheid data (
bitrate) die de codec mag gebruiken. Voorbeelden van codecs zijn h.264, h.265 of DivX.
De
kwaliteit van het algoritme hangt vooral af van de beschikbare CPU kracht en voortschrijdend inzicht/technologische ontwikkeling. De kwaliteit van een modern algoritme is niet vergelijkbaar met dat van een jaar of 20 geleden. Vroeger moest de CPU vaak struggelen om codecs te draaien, nu is hier vaak een dedicated chip voor die het met 2 vingers in de neus doet om maar iets te noemen.
De
bitrate bepaalt hoeveel data van het originele signaal behouden blijft en hoeveel wordt weggekiept in de compressie. De vuistregel hierbij is dat hoe hoger de bitrate is, hoe beter de kwaliteit van de video (of hoe minder het kwaliteitsverlies bij een conversieslag).
Deze laatste 2 punten zijn het belangrijkst om te onthouden en waar bovenstaande post een beetje de mist ingaat:
de grootte van het bestand en de extensie achter het puntje zeggen eigenlijk niet zo veel.
Om een voorbeeld te geven: een AVi (of MOV) als container file kan van alles bevatten, van een 30 jaar oude codec tot de modernste variant van nu. Dat betekent dat het heel goed mogelijk is dat een videofile gemaakt door een camera van 15 jaar geleden
groter maar van mindere kwaliteit is dan een videofile in een smartphone van nu (ik heb het hier niet over de optische kwaliteit overigens, maar de kwaliteit van de compressie). Ook al eindigen ze allebei op .AVI of .MOV.
De heilige graal is natuurlijk totaal geen kwaliteitsverlies, maar dit is praktisch gezien meestal niet realistisch. Zeker niet omdat de hoeveelheid data in video alleen maar meer wordt. Zo zijn we afgelopen jaren van resoluties van 720 x 576 pixels in 25 frames per seconde (SD, PAL) naar 3840 x 2160 pixels (4k) in 30 of soms 60 frames per seconde gegaan. Hoger (8k) is ook mogelijk maar nog niet zo ingeburgerd. Naast het aantal pixels is er ook nog extra informatie mogelijk zoals HDR (high dynamic range) voor extra contrast in de beelden. Video kan wel RAW worden opgenomen voor nabewerking (zoals colour grading) zonder kwaliteitsverlies, maar deze files zijn echt enorm. Een alternatief is ook hier een vorm van (hoge kwaliteit) compressie te gebruiken zoals ProRes.
Nu, wat is 'groot'. Om een idee te geven, een enkele frame ongecomprimeerde standard definition is 720 x 576 x 3 bytes per pixel = 1,24MB.
Dat is 31 MB per seconde.
Bij 4k HDR gaat dit al naar 3840 x 2160 x 4 bytes per pixel = 33,18MB. Dat is
995.4 MB per seconde (bij 30fps). Bijna 1GB! Dus op een standaard SD kaartje van 64GB zou je net iets meer dan een minuut video kwijtkunnen. Da's geen doen natuurlijk
Tot slot degradatie - iedere compressieslag betekent kwaliteitsverlies. Maar bij gebruik van goede codecs en fatsoenlijke bitrates is het verlies lang niet zo dramatisch als
@jserle beschrijft. Zo blijft de resolutie gelijk (en is er dus geen stap van 4k > bluray > DVD of iets dergelijks) en kun je best een paar keer re-renderen zonder dat je echt verschil gaat zien. Maar hoe minder hoe beter natuurlijk. Het eerste zul je kwaliteitsverlies zien in lage contrast beelden. Hier had DVD van zichzelf al last van, de 'blokjes' die je soms zag in gezichten met heel fijn kleurverloop, of 'banden' in grijze luchten bijvoorbeeld. Ook dit kun je redelijk voorkomen met goede belichting.
Enfin, het is vrij complexe materie maar ik hoop met bovenstaande wat nuttige info te hebben gegeven
