De feitelijke, originele droom:
De avond en nacht van vrijdag 4 op zaterdag 5 juni 2004 was voor mij een
keerpunt in mijn leven. Ik had al een paar dagen en nachten heel intensief
doorgewerkt aan het dossier waar ik in uitwerkte op welke manier onze
familie al maanden, zoniet jaren, werd gepest door de huiseigenaars en hun
omgeving.
Het was de avond dat het dossier eindelijk zou afgeraken, aangezien de
politie me de dag voordien aanmaande alles zo snel mogelijk binnen te
brengen. Ik zou anders wel eens de rol van verdachte krijgen toebedeeld, in
plaats die van slachtoffer.
Toeval of niet, maar die avond kreeg ik telefoon van drie personen waar ik
voordien weinig of geen contact meer mee had. Ik weet uit ervaring dat dit
allemaal symbolen zijn waar ik rekening mee moet houden, want op die manier
wist ik dat er iets "groots" op til was. Vooral de laatste telefoon om
00h30 van John, de jongen die ik vorig jaar een aantal dagen onderdak
verleende omdat hij anders op straat moest slapen, deed me vermoeden dat er
wat aan de hand was. "Ze zitten weer achter me aan", zegt hij. Hij lichtte
de situatie toe waarin hij zich bevond : in diepe stront ! Ik probeerde hem
aan de hand van mijn eigen ervaringen in een richting te duwen, waarvan ik
dacht dat dit de beste was.
Drie uur later, op zaterdagochtend om 03h30 was mijn dossier, na maanden van
zwoegen en zweten, eindelijk af. Ik zette een punt onder de laatste zin en
kroop uitgeput in bed. Het duurde geen vijf minuten voordat ik me er van
bewust was dat ik me weer niet meer kon bewegen... slaapverlammingen noemt
men dat ook wel. Iets waar ik de laatste jaren meer en meer last van heb.
Als je het verleden grondig bestudeert, is het niet moeilijk de toekomst te
voorspellen, dus ik wist waar ik me aan kon verwachten : aan een
boodschap... een boodschap waar ik moest en zou naar luisteren.
Plots bevond ik me in mijn ouderlijk huis in Zonhoven. Ik zat in mijn kamer
wat te kniezen en niets te doen... tot ik buiten stemmen en gestommel
hoorde. Ik opende mijn gordijnen en merkte dat er een gezinnetje met een
paar kinderen passeerde. " 't Is niet waar", dacht ik.. "Niet weer.. niet
hier". Ik "dacht terug aan de tijd van Hechtel" en de periode dat hier de
ene na de andere familie zich aan mijn voordeur waagden. In Zonhoven echter
is het onmogelijk om zomaar langs mijn slaapkamerraam te passeren aangezien
men dan langs de voortuin moet en een heel stuk langs het huis.
Ik keek die mensen verbouwereerd na en zag hoe onbeschaamd ze naar de
achtertuin liepen, zo langs de vijver en de weide die erachter ligt om op
die manier de straat achter ons huis te bereiken. Toen ze uit het zicht
verdwenen hoorde en zag ik terug een groepje mensen langs de voortuin
stappen.. langs mijn raam.. Ik vroeg wat ze kwamen doen en waarom zo'n
schaamteloze lef hadden om op die manier inbreuk te doen op onze privacy.
Maar niemand keek naar me, ze liepen langs me door... ik bestond blijkbaar
niet voor hun.
Mijn vader herstelde op dat moment van een hartaanval en lag in bed. Mijn
moeder sliep ook en hoorde niets; en mijn zus had het volk ook al gezien en
trok zich schuchter terug op haar kamer met gesloten deuren, ramen en
gordijnen. Ik had het gevoel dat ik er helemaal alleen voorstond.
Dit kon niet meer zijn, want die paar gezinnetjes werden er honderden. Ik
liep naar straat en merkte dat die helemaal gevuld was met volk. Vreemde
mannen en vrouwen, vervelend schreeuwende kinderen, honden al dan niet aan
de leiband... Een doorsnee mens zou gewoon gedacht hebben dat daar een
wandeltocht werd georganiseerd, maar niets was minder waar. Ik stapte naar
mijn buren en vroeg hen wat dat zou kunnen te betekenen hebben. Ook mijn
buren luisterden niet eens naar mij, deden hun jas aan en liepen star langs
me door, mee met de meute. Als een halve gare liep ik terug naar mijn
kamer.. het werden er meer en meer, een echte invasie zo leek het. Maar
terwijl was ik me er goed van bewust dat ik mijn eigen bed lag in Hechtel,
maar dat ik me nog steeds totaal niet kon bewegen. "Hou je ogen en oren
open en laat je niet doen", dacht ik hier op aarde. Dit was geen droom meer
voor mij. Dit was echt !
Maar wat ik ook zei of deed : de massa bleef komen.. overal hoorde ik
stemmen in de aard van : "psst, hey [achternaam]".. of "Ah ja, Jan die..." Maar
uiteraard, net als in bijvoorbeeld de rechtszaal van Neerpelt is er niemand
meer die spreekt van zodra ik kijk wie er zo bezig is.
Plots hoorde ik gestommel in de leefruimte. Dat kon helemaal niet aangezien
heel de familie zich in de slaapkamers bevond. Ik liep door de gang, deed
de deur open... Mijn hart stond haast stil, want ook daar was iedere ruimte
gevuld met vreemd volk. Ze deden overal waar ze zin in hadden : de koelkast
plunderen, tv kijken, mijn katten achterna stampen, maar vooral dingen
stukmaken die me dierbaar waren . Zoals oude lp's, stripverhalen, foto's,
enz.. Iets wat in werkelijkheid ook regelmatig gebeurde, tussen haakjes. Het
werd me allemaal teveel en ik begon dingen te zoeken om mee te smijten :
glazen en borden, ornamenten zoals kaarsenhouders, enz.. Maar ofwel raakte
ik ze niet, ofwel keken ze niet eens op als ik hen bijvoorbeeld met een
loodzware asbak het hoofd insloeg. "Waaraan verdien ik dit ?" schreeuwde ik
steeds maar... "wat ik er verdomd aan de hand ? Waarom wij ? Waarom ik ?"
Niemand reageerde, maar al deze mensen bleven hun gang maar gaan. Ik hing
vol met bloed en zij.. zij deden gewoon verder waarmee ze bezig waren.
Ik begon te zoeken naar scherpe dingen, zoals messen, brievenopeners en
dergelijke. Ik hakte en ik sneed op de mensen in en zag ze dan effectief
wel bloedend op de grond vallen.. Maar op de duur zat ik zonder messen, want
van ieder mes was het lemmet ondertussen gebroken. Maar ik gaf nog steeds
niet op en gebruikte dan maar de messen zonder lemmet. Uiteraard sneed ik
constant in mijn eigen handen als ik het ding bvb in het hart van een man
plantte. Toen er helemaal niets meer beschikbaar was, opende ik de
achterdeur en liep door de achtertuin naar het schuurtje dat bij ons aan de
vijver staat. Als kind heb ik me daar vaak teruggetrokken.
Ik stapte in de schuur, maar vloog al gauw een meter achteruit toen ik daar een reuzegrote
Bengaalse tijger zag zitten... U weet wel, van die prachtig zwart-orange
gevlamde beesten. Ondanks het feit dat ik dacht dat het beest me achterna
zou lopen en levend oppeuzelen, had het onschuldige ogen en bleef geduldig
zitten, het leek alsof hij of zij wachtte. Maar ik was bang en liep als een
razende terug het huis in. Op mijn terugweg zag ik de mensen die ik eerder
neerstak, terug langs me lopen. Deze mensen keken me wel aan en ze zagen er
uit zoals voordien, dit wil zeggen zonder wonden of kleerscheuren. Maar ik
liep zo snel naar binnen dat ik de tijd niet had om iets te zeggen.
Met een bonzend hart, trok ik de deur achter me dicht, legde mijn
achterhoofd tegen de ruit te rusten en sloot mijn ogen. "Laat dit een droom
zijn", dacht ik. Ik opende terug mijn ogen en merkte dat een andere,
reuzegrote Bengaalse tijger klaarstond om naar me te springen. "Neeeen",
schreeuwde ik en ik verwachtte wakker te worden.
Maar neen.. de tijger was poeslief en begon me te likken. Ik werd
onmiddellijk een heel stuk rustiger. Terwijl ik het beest aaide, zag ik in
de rest van de woonkamer nog steeds al dat volk. Ik begon te wenen en
voelde dat ik ieder moment kon instorten. Ik groette het prachtige beest en
liep terug naar buiten, de tranen rolden over mijn wangen. In werkelijk lag
ik nog steeds verlamd in bed in Hechtel. In mijn "droom" was ik me daar al
die tijd van bewust.
In de tuin zag ik vier mannen van ongeveer mijn leeftijd staan. Ze liepen
niet mee met de stroom naar achter de vijver, zo naar de straat, maar ze
bleven staan en keken me alle vier aan. Ik keek op de grond en zag een
bebloed stuk van een mes liggen. Ik raapte het op en dacht "dan maar de
grove" middelen. Het viel me op dat de mannen zich lieten doen toen ik het
mes op de keel van 1 van hen zette. Hij zag er de belangrijkste van het
gezelschap uit en als ik hem zou bedreigen, dan moest men wel naar me
luisteren. Merkwaardig was dat deze man heel erg op me leek. In feite kon
het wel een broer of tweelingbroer geweest zijn.
De tranen rolden nog steeds in grote hoeveelheid langs mijn wangen.
Ik riep luidkeels door de tuin : als jullie nu niet gaan spreken, dan sterft
deze man. Terwijl wist ik goed genoeg dat het zinloos was hem te doden.
Maar dit was het enige ik nog kon doen. Ik stond op instorten. Iedereen keek
naar me. Eindelijk !
"Het is de enige manier om het je duidelijk te maken", zei plots de man waar
ik het mes van op de keel hield. Ik geloofde mijn eigen ogen en oren niet :
ze spraken tegen me. Ik keek hem met grote ogen aan. "Denk aan de
tijgers", zei hij daarop. Ik werd terug heel erg rustig. Zonder aarzelen
liet ik het mes op de grond vallen, want ik wist dat ik antwoorden ging
krijgen zonder te dreigen. De honderden, zoniet duizenden mensen waarvan ik
deze keer wel de aandacht kreeg verdwenen als sneeuw voor de zon. "Kom
Jantje", zei bijvoorbeeld een moeder tegen haar kind, "we gaan naar huis".
In nog geen tijdspanne van 1 minuut was iedereen uit het zicht verdwenen.
Ik keek de man, mijn spiegelbeeld als het ware, aan en vroeg hem : "vanuit
welke tijd komen jullie ?"
"Van 2212", antwoordde hij heel erg rustig. Meteen linkte ik dit jaartal met
1212 en met 2012. Waarom, dat wist ik niet, dat bleek pas achteraf.
"Dus als ik jullie snijd of steek, dan wordt er automatisch verbinding
gemaakt met de Centrale Computer, die uw genetische toestanden allemaal
terug in oorspronkelijke staat hersteld?" vroeg ik hem.
"Ja, dat kunnen we dan al", zei hij daarop. De manier waarop hij sprak
maakte me rustig en kalm. Ik stopte met wenen en begon het allemaal beter
te begrijpen.
"Waarom deze wereld, waarom al die illusies ?"
"Dit is niet de eerste keer dat alles gebeurt, we trekken lessen uit het
verleden, we moeten weten wat er verkeerd gegaan is en wat we moeten doen",
antwoordde hij. Ik begreep meteen waar hij het over had.
"Geen nood, want dit is wel werkelijk echt voor jullie", probeerde hij me
gerust te stellen.
"Waarom ik dan? Waarom mijn familie?" vroeg ik hem.
Hij zei niets, maar keek me aan.. meteen daarop hoorde ik in mijn hoofd :
"daar kom je zelf wel achter, mijn beste Jan."
"Ga ik geschiedenis schrijven ? Ga ik de toekomst veranderen ?"
Daarbij lachte hij op een heel warme manier en zei : "Jan, iedereen
verandert de toekomst".
"Zeg me tenminste wat ik moet doen", smeekte ik hem en ik keek hen alle vier
aan.
"Neem contact op met de Wetstraat 6", antwoordde mijn evenbeeld.
Daarbij lag ik terug in bed in Hechtel. Het was half acht. Het eerste wat
ik dacht was : ik wil bewegen. En het lukte. Maar onmiddellijk nadien viel
mijn geest en lichaam als een paddestoel in elkaar. Nu begon ik pas te
wenen. De eerste tien minuten stopte het huilen niet en geraakte ik het bed
niet uit. Er was geen enkele energie meer over.. ik was volledig uitgeput.
Na me herpakt te hebben, stapte ik al snotterend naar beneden en zette
onmiddellijk de computer aan.