Ik denk dat je het gewoon simpel moet bekijken, alle golfvormen, behalve een sinus dus, worden opgebouwd uit sinussen die hoger liggen dan de gronfreqeuntie, de laagste sinus is dus in principe altijd de grondtoon en alle hogere sinussen zijn harmoniesen.
Sinussen hebben geen harmoniesen en zijn de basis voor alle golfvormen, nou weet ik niet meer exact met welke en hoeveel harmoniesen (hogere sinussen dus) je verschillende golfvormen bouwt maar je kan wel aan de golfvorm zien of er veel harmoniesen in zitten, schuine flanken zoals een driehoek zijn weinig hoge sinussen en dat hoor je ook een driehoek klinkt dof.
Een blokgolf heeft rechte flanken, dus veel hoge sinussen, aan de pulsbreedte kan je zien welke hogere harmoniesen er in zitten een smalle puls heeft weinig "mid" hoge, maar wel veel hoge harmoniesen, en volle blok heeft wel veel "mid" harmoniesen.
Vandaar ook dat een PWM heel vet klinkt en ook heel anders dan een filter, met PWM verander je het hoge fregeuntie spectrum en met een (LPF) filter filter je deze juist weg.
Daarom wordt het ook veel gebruikt, het klinkt goed en was simpel op te wekken in een analoge synth, sterker nog ik vind het een gebrek en een zeer domme besparing als een analoge synth geen PWM heeft.
Andere golfvorm veranderingen zijn vaak ook minder intressant, bv een zaag naar driehoek is een complexere schakeling met gebreken, bv de amplitude veranderd ook en dat wil je juist niet, en de klankverandering kan je ook gedeeltelijk met het filter doen.
Om dit na te kunnen doen zou je eigenlijk een Mega Hammond moeten hebben, voor elke freqeuntie een eigen drawbar dus (om het overzichtelijk te houden)

wij horen ongeveer van 0 tot 20.000 hertz dus 20.000 drawbars, je laagste drawbar die je kiest is dan je grondtoon en met alle hoger drawbars kan je dan gaan schuiven tot je de juiste golfvorm heb, je bent ff bezig maar je kan alles maken wat je wilt.