KERK ORGELS! Van die dingen met pijpen..

Kerkorgels hebben al eeuwen pijpen. Maar als je het dan over pijpen wilt hebben mbt een sexuele handeling, vertel me dan sinds wanneer we die betekenis kennen en door wie dit in de Nederlandse taal is ingebracht? (Jaartal en man - natuurlijk... - zijn bekend)
Een fluitspeler kan geen pijper meer genoemd worden. Toch zou ik het tamboer en pijperskorps van de mareniers niet gaan zitten uitlachen: daar kunnen die jongens niet erg goed tegen! :D

Wout
http://www.etymologiebank.nl

pijpen (fluiten)
N. van der Sijs (2001), Chronologisch Woordenboek
pijpen fluiten 1287 [CG NatBl] <Latijn

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Van Dale Etymologisch woordenboek
pijpen1 [fluiten] {pipen, pijpen [een schel geluid maken, piepen, op de fluit spelen] 1287} < latijn pipiare [piepen, kreunen], mogelijk ook afgeleid van pijp.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal
pijpen ono.w., Mnl. pipen, niet van pijp, maar gelijk Hgd. pfeifen, uit Lat. pipare. Moest zwak zijn, maar is reeds zeer vroeg sterk.
 
Ach... 'n broek heeft ook pijpen. Maar om nou 'n kerkorgel aan te trekken...
 
Back
Top