Wil je van scratch beginnen, dan 'past' elke (soft)synth die aan de volgende voorwaarden voldoet:
- minimaal 2 of meer oscillators, apart stembaar in coarse & fine (dus noten, (misschien) oktaven, en cents)
- 1 filter met low/highpass
- minimaal 2 envelopes - waarvoor 1 voor de amp, 1 voor de filter
- minimaal 6 stemmen
- mono- en portamentomode
Het mooie aan softsynths in deze is dat ze vaak meerdere waveforms hebben dan pulse/saw/square. Het mooie aan die twee filtermodellen is dat je geluidenspectrum wordt verdubbeld. De noodzaak van de envelopes ligt eraan dat bij ouder spul zoals de Juno's de twee envelopes gekoppeld zijn; dus je bent altijd gebonden aan een bepaalde sound.
Waarom noem ik geen LFO? Omdat de LFO vrijwel op elke synth zit, en in de meeste gevallen (snelheid lager dan audio) als smaakmaker dient qua expressie (denk aan trillers op violen) of als "motion" element - dit qua timbre (PWM), filter (wah) en volume (tremolo).
Het jammere aan de tutorials die je vindt is dat ze specifiek voor een enkele synth zijn geschreven. Wat ze ook vaak doen is "draai aan knop X, luister, en onthoud". Is heel goed als je 't apparaat in kwestie bij de hand hebt, maar niet als je wilt leren. In de duitse Keyboards heeft een hele mooie serie gestaan; mooi omdat 'ie verdomd uitgebreid was, en omdat de bijgeleverde SoundForum Synth 100% gratis was.
Wil je sounddesign doen, dan moet je eerst even iets weten over wat synthesizers nu eigenlijk moesten doen. In het begin werden ze gebruikt op universiteiten, voor practicums met audio. Daar zijn de ARP modulars bijvoorbeeld heel geschikt voor, omdat ze laten zien wat de bouwblokken doen zonder dat je moet solderen. Voor die tijd had je redelijk statische signaalprocessoren (zoek voor de grap eens op hoe ze de originele Theme of Dr. Who hebben gemaakt).
Als je oude patchbanks van synths nakijkt zie je vaak toestanden zoals "Trumpet 1" of "Violin". Door de beperkte structuur was het geluid lang niet zo realistisch als ze graag wilden. Bij polysynths is het nog leuker - daar hebben patches zoals Organ, Piano en Strings tenminste wat nut. Bij de JX3P stond het onder de knoppen geschreven. Pas op de laatste zoveel patches (gebrek aan vulmateriaal?) mochten de ingenieurs "spannende" dingen doen - de "Planet" patch lijkt helemaal niet op een bestaand instrument (dit is een simpele S&H op de filter met een zaagtand als basis, en het bliept

). We zien dus dat de synth voornamelijk wordt gebruikt om bestaande, "natuurlijke" (gruwelijk woord) instrumenten na te bootsen. Dit heeft uiteindelijk ook geleid tot de sample-based synths; die waren er, als je bijvoorbeeld iets als vrije-matrix-12-ops FM had gehad nooit gekomen, omdat je met het raffineren van een additief model elk instrument kunt reverse-engineeren; en als je er dan een model van kunt bouwen zit je dichter in de buurt dan welke sample dan ook.
Toen de sample-gebaseerde synths kwamen was het summum in realisme (vergeleken met de oude analoogjes) ongeveer wel bereikt, dacht men. Echter, de oude patches werden nog steeds gebruikt, dus trof je zaken zoals Synth Strings en Synth Brass aan.
In de era van virtueel analoog kwam het allemaal weer terug - maar deze keer met een focus op de typische synthgeluiden die je niet zo makkelijk uit het sample-gebaseerde spul kon halen. Het mooie van de uitgebreidere structuur op de nieuwe VA's was dat de imitaties van weleer behoorlijk verbeterd konden worden - zonder dat je een modular nodig had! Er zitten in de Virus een paar piano, EP en orgel-emulaties die verdomd goed zijn, en met de Comb filters op de Q kun je een viool stukken beter namaken dan met een gewone zaagtandgolf.
Dit is echter 'hoger' sounddesign, en dit vereist dus iets met genoeg modulatie en flexibiliteit. Vandaar de (Micro)modular - die kan 't allemaal.
Elkweg, terug naar waar we mee bezig waren. Sounds kun je reverse-engineeren of je kunt synthesis van scratch af proberen te begrijpen. Bij het reverse engineeren: je kunt het best beginnen met de volume envelopes. Die hoor je namelijk het beste, en die kun je met een wave-editor ook het beste zien - gewoon de pieken van de golfvorm volgen.
String sounds hebben een bepaalde 'attack' - en dit ligt eraan dat niet elke violist op tijd begint. Dit kan met opzet zijn (langzaam aanzwellen) of, per ongeluk (luister naar disco die strings gebruikt - het duurt toch even voordat ze op volle sterkte zijn).
Lead sounds - tja, een gewone cleane lead moet klinken als een soort gitaarsolo. Je hebt de keuze - envelope vol open (distorted gitaar met feedback), of dat 'ie na een tijdje wegsterft (akoestisch).
Lead sounds 2 - dit zijn solo instrumenten. Als ze adem- of strijker-gebaseerd zijn zit er altijd een kleine attack op, in het geval van adem-gebaseerd ook nog een 'breath noise'. Het zou natuurlijk ideaal zijn als je een noise oscillator naar een aparte (highpass) filter kan jagen met een aparte envelope, maar dat hoort al bij het zogenaamd "additief" denken - het stapelen van meerdere timbres teneinde een rijkere of realistischere eindklank te krijgen. Gewoon 1 patch met de 'basisklank' en 1 patch met de 'breath noise'. Da's precies hoe sample-based synths het vroeger deden, voordat een enkele multisample meer werd dan alleen een one-shot of een loop.
Multitimbrale polysynths geven hier de oplossing, of physical modelling synths (de formule die gebruikt wordt gaat uit van iets als "adem" en "klankkast", en bij een bepaalde hoeveelheid "adem" krijg je een trilling of gewoon ruis). Of synths die gewoon meerdere aparte routeerbare filters en envelopes hebben (Micromodular, microQ etc).
Weet je dit eenmaal (ik verwacht dat piano's en orgels nu wel peanuts moeten zijn), dan kun je werken aan het timbre. Het lastige deel.
Hier komt eigenlijk het van scratch-af bestuderen van pas. Dit kun je het beste als volgt doen:
Luister naar 1 enkele oscillator, en probeer alle mogelijke golfvormen. Filters en envelopes hier op de stand "neutraal" - filters volledig open en envelopes op 0-10-10-0 (druk toets - aan - laat toets los - uit). Bij een 'basis' synth ben je hier zo klaar mee (PWM luisteren op verschillende snelheden moet er dan wel bij), bij iets met meerdere golfvormen (spectral waves van de Virus, sample-based synths, wavetable-based synths) ben je hier stukken langer mee aan de gang.
Nu komt een gedeelte van de magie van het 'timbre'. Schakel de 2e osc in en combineer en mix golfvormen op verschillende volumes. Ben je daar klaar mee, ga dan met de coarse en fine tuning werken. Als je 2 sinussen 7 halve tonen (C en G) van elkaar afzet krijg je een bijzondere klank - als je de G ook nog een octaaf omhoogmietert begin je in de buurt van een orgel te komen. En nogal logisch, want een orgel is niks anders dan een aantal drawbars (sinusoscillators) op vaste toonafstanden met een 0-10-10-0 ADSR en regelbare aparte volumes. Je moet er dan nog wel een 'click' geluid bij maken, maar dat kun je met additief denken en een noise naar de tweede filter met een hele korte volume/filter envelope (0-1-0-0) maken.
Stapel de geluiden en probeer simpele volume-envelopes erbij ; desnoods een klein beetje reverb om het geluid minder saai te maken. Een van die combinaties klinkt namelijk best als een echte violensectie (het gaat ook vaak om het idee van iets, niet perse om ultiem realisme, omdat het uiteindelijk toch in een mix terecht komt). Je zult vinden dat je met een mix van PWM binnen bepaalde grenzen en een zaagtand, die allebei misschien wat gelowpassfilterd zijn om de scherpe kantjes eraf te halen, in de buurt komt van een statische violensectie (zonder 'animatie' - dit zijn de onderlinge verschillen in stemming en fase van de violen). Jaag er een chorus over, en je hebt de befaamde Juno-60 strings
Voor de rest - ken die timbres! Schrijf op welke wel werken en welke niet. Pas dan begin je met het geluid (wederom statisch) te filteren; envelopes voor de filter maak je er pas later bij om het geluid nog meer te animeren.
Het kan zijn dat je pas over een maand of 6 aan spul zoals ringmodulatie en FM toekomt. En dan vergroot je je synthesisdomein nog veel meer, en krijg je een onzalig spectrum van mogelijkheden. Leuke hint - LFO naar pitch op audiosnelheid == FM. LFO naar oscillatorvolume op audiosnelheid == AM.