Origineel geplaatst door Ytse
Lineair en niet lineair samplen moet je ff uitleggen. Waarschijnlijk zit daar iets wat ik nog niet doorheb.

[/B]
Okay, laat ik het aan de hand van een voorbeeld doen:
Bij lineair samplen wordt een binnenkomend signaal (afgerond) 1 op 1 opgelagen. Bij een 4 bits sampler ziet dat er als volgt uit:
Signaal in:
0.9 -> 1
6.8 -> 7
5.1 -> 5
Bij 4 bits lineair kan je dus een signaal weergeven in 16 waarden. Als deze die op gelijke afstand van elkaar liggen (1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16) dan is dat lineair.
Als je nu niet de stapjes gelijk maakt maar een factor gebruik tussen de waarden dan kan je je dynamiek verhogen, maar je verliest wat detail (bij hogere volumes)...stel we gebruiken wortel twee als factor. De waarden die we met 4 bits kunnen opnemen (en weergeven) zijn dan de volgende: 1, 1.4, 2.0, 2.8, 4.0, 5.7, 8.0, 11.3, 16.0, 22.6, 32.0, 45.3, 64.0, 90.5, 128.0, 181.0 (logaritmische schaal)
Zoals je ziet heb je nog steeds 16 waarden, maar nu staan ze voor getallen (of afgeronde metingen) van 0 to 181. In het lage bereik is de schaal een stuk nauwkeuriger dan de lineaire sampler en hij heeft een hoger dynamisch beriek (veel hoger)...natuurlijk vervormt een luid signaal een stuk meer -> de stappen tussen de waardes zijn veel groter dan bij lineair samplen.
Oude 8 bit samplers maakten soms gebruik van dit soort truukjes om 12 bit na te bootsen.