Hier is het beloofde artikel, ik wacht even met posten in de review afdeling, aangezien dat hele andere dingen bevat. Veel leesplezier, ik heb het met plezier geschreven in ieder geval
PROLOOG
Allereerst: stereo bestaat niet! Althans niet in de natuur. Er bestaan geen stereo instrumenten (niet electronisch uiteraard) en als ze samen spelen, hoor je dat ook niet in stereo, maar van alle kanten komen. Stereo is uitgevonden door mensen, omdat we 2 oren hebben en zo beter van muziek kunnen genieten. Er werden technieken verzonnen om het mooi stereo te laten klinken (Blumlein, MS, Faulkner etc.) en dit werd de standaard: iedereen kocht langzamerhand een stereo-set.
Maar eigenlijk horen we dus het geluid van alle kanten komen. Als je uitgaat van een band, die aan het optreden is, hoor je de basgitaar en zang uit het midden komen, de gitaren/toetsen wat van links/rechts samen met de drums. En wat komt er van achteren? Ruimtelijk geluid en applaus. Om dit zoveel mogelijk na te bootsen, werd er gezocht naar methodes om dit te kunnen weergeven: surround sound in al zijn vormen en maten.
SURROUND GESCHIEDENIS
Surround sound werd al heel vroeg ontwikkeld voor de filmindustrie, de befaamde Bell Laboratories deden al onderzoek in de jaren 30 naar een systeem met 3 speakers: LCR, oftwel Left Center Right. Dit was bedoeld om in de film het onstabiele ‘phantom center image’ te voorkomen. Bij het gebruik van 2 speakers moet je er uiteraard recht voor zitten om er van te kunnen genieten, dus een midden speaker werdt geintroduceerd, waar (bij film) voornamelijk dialoog uit komt. In 1941 zag ‘Fantasound’ het licht, met de release van Walt Disney’s ‘Fantasia’. Fantasound gebruikte, behalve LCR ook een surround kanaal voor achtergrond geluiden. Dit om de filmbeleving nog veel echter te maken. De audio werdt op aparte optische banden bewaard en afgespeeld, tesamen met de filmband zelf. Deze vorm heet dan ook ‘Sep-Opt’, wat ‘Separate Optical’ betekend. Optische audio banden bevatten de audio golfvormen op film, die door een licht beschenen worden en een sensor detecteerd de hoeveelheid licht en de verandering hierin, wat weer omgezet wordt in een stroompje. Dit kan weer omgezet worden naar geluid door een versterker en speakers. Vanaf de jaren 50 werden magnetische banden gebruikt (Sep-Mag) en werd stereo geintroduceerd in muziek. In 1950 kwam Cinemascope, een systeem wat de 4 audio sporen op de film zelf bewaarde (Com-Opt = Common Optical), maar dit werd geen groot succes aangezien veel bioscopen geen Cinemascope speler hadden.
De grote doorbraak kwam in 1976 met de release van de eerste Star Wars film, deze maakte gebruik van Dolby Stereo. Dit is een systeem wat de 4 audio kanalen omzet naar 2 kanalen, die op de optische film gezet wordt, tussen de film frames en de ‘sprocket holes’ (gaten aan de zijkant van de film). Een korte (technische) uitleg:
Dit systeem verminderd het centerkanaal met 3 dB, telt dit op bij Left en Right, het surround kanaal gaat eerst door een Dolby A noise reduction encoder, wordt gesplitst en +90 graden fase aan het linkersignaal toegevoegd en –90 graden fase aan rechts. De 3 voorste speakers zijn hetzelfde type en de surround speaker heeft een weergave van 100 Hz – 7 kHz. De output van de Dolby Stereo encoder is een L-total en R-total signaal wat de center- en surround informatie bezit. Het grote voordeel is dat het zonder problemen door stereo systemen kan afgespeeld worden en soms zelf door mono systemen (TV). En als je een Dolby Stereo decoder bezit, kan je genieten van alle 4 kanalen. Er zijn ook vrij veel TV programma’s die in dit formaat uitgezonden worden, Miami Vice is daar een leuk voorbeeld van. De thuis systemen die Dolby Stereo kunnen decoderen heten Dolby Surround (passieve decodering, zonder actieve componenten) of Dolby Surround Pro Logic (actieve decodering). Kortom: Dolby Stereo is het formaat op de film/video band, de andere zijn de decodering systemen.
Er bestaan vrij veel varianten op dit principe. Er bestaan bijvoorbeeld systemen, die eerst de L-total en R-total balanceren (volume balans, ‘Auto Input Balance’ genoemd), vanwege de (soms) slechte kwaliteit van de audio sporen op een VHS band. Anders kan de decodering zijn werk niet goed doen. En zo zijn er meer. In 1979 kwam ‘Apocalyps Now’ uit, die gebruikte een extra surround kanaal. In bioscopen gebruiken ze meestal meer speakers dan dat er kanalen zijn, de anderen ontvangen hetzelfde surround signaal wat vertaagd word om de surround beleving nog beter te maken.
DIGITALE SYSTEMEN
De omschakeling naar het digitale tijdperk vond ook plaats in de surround sound, met de introductie van CDS (Cinema Digital Sound van Kodak) met ‘Dick Tracy’ in 1990. Dit systeem verruilde de Dolby Stereo sporen met de CDS tracks, wat het niet compatible maakte met bestaande bioscoop systemen. Geen echt succes, op dit moment zijn er in totaal 10 (!?) films gemaakt met CDS, check maar eens op
http://us.imdb.com/Sections/Sound-mix/types_all
Toen ontwikkelde Dolby laboratories Dolby Digital (1991), met als eerst releases de films ‘Star Trek 6’ en ‘Batman Returns’. Dit was een revolutionair systeem dat 6 kanalen (daarover later meer) omzette in 1 digitale stroom wat tussen de sprocket holes van de film gezet wordt. Om dit voor elkaar te krijgen gebruiken ze een data reductie methode die AC-3 heet. Dit is vergelijkbaar met MPEG, ATRAC (Minidisk) en PASC (DCC), aangezien het een perceptional coding methode is. Tegenwoordig is Dolby Digital nog steeds 1 van de standaards in film en DVD, veel DVD spelers hebben ook een Dolby Digital decoder ingebouwd.
Na Dolby kwam DTS (Digital Theater Systems) met een systeem, waarbij de audio (data gereduceerd) op aparte CD ROMS geleverd wordt. De film bevat een sync track (tussen de film frames en de Dolby Stereo track) die de CD ROM spelers aanstuurd. ‘Jurassic Park’ was de eerste release in dit formaat. Het is nog steeds gangbaar en wordt ook voor DVD gebruikt, maar dan zitten er natuurlijk geen aparte CD ROM’s bij.
Sony introduceerde in 1993 een nieuwe standaard: SDDS (Sony Dynamic Digital Sound), met de film ‘Last Action Hero’.De audio staat aan de zijkanten van de film, tussen de sprocket holes en de zijkant. Dit betekende ook meteen dat de film tracks bijna helemaal vol zitten, er is sinds die tijd ook geen nieuwe grote standaard ontstaan. Films die tegenwoordig uitkomen staan meestal in alle 3 formaten, Dolby Digital, DTS en SDDS. Dit is simpelweg omdat veel bioscopen maar 1 geluidssysteem hebben. Als ze een film willen vertonen, die in SDDS staat, terwijl ze een Dolby systeem hebben, gaat dat natuurlijk niet.
DE VERWARRING VAN THX
Dan is er ook nog de beroemde term THX. Dit wordt heel vaak verward alszijnde een geluidssysteem, of geluidstype. Maar dit is iets totaal anders. Korte historie:
Allereerst weet niemand precies waar het voor staat. THX-1138 was de eerste film die George Lucas ooit maakte (196

, THX kan ook staan voor Tomlinson Holman eXperiment en sommigen zeggen dat het iets te maken heeft met George Lucas zijn telefoonnummer…Maar goed.
Tomlinson Holman is vanaf het begin als technicus betrokken geweest bij Skywalker Sound, de geluids studios van George Lucas. Zij vonden het verschil in kwaliteit tussen een film mix en het resultaat in een bioscoop te groot en besloten een protocol op te stellen, waar een bioscoop aan moet voldoen. Een bioscoop met dit certificaat garandeerd de kwaliteit van de soundtrack zoals die ooit bedoeld was in de mix. En dit is THX.
Een aantal van deze regels:
- L, C en R speaker moeten gelijk zijn
- De subwoofer moet tot 20 Hz, op 105 dB SPL kunnen weergeven zonder vervorming
- De surround speakers mogen niet op het publiek gericht zijn
- De speakers moeten een brede horizontale- en een nauwe verticale spreiding hebben
- De X-curve, een EQ behandeling die een grote ruimte simuleert wordt op het geluid toegepast
- Bepaalde versterkers, kabels enzovoorts
Een bioscoop die het certificaat heeft, kan ook zomaar controle krijgen van de George-Lucas-maffia. Tuschinski in Amsterdam had het certificaat, maar sinds de verbouwing niet meer. Er zijn een aantal bioscopen in nederland die het hebben, check maar eens op
http://www.thx.com. Er bestaan ook volledige THX thuissystemen, die onbetaalbaar zijn, maar uiteraard goed klinken.
SPEAKER SETUPS
Dan zijn er natuurlijk de speaker setups, voor de verschillende bioscoop- en thuis systemen. Een korte uitleg:
- LCR
- LCRS, met 1 surround speaker
- Quadrophonisch, 4 speakers Lf, Rf, Lb en Rb. F = front en B = back. Dit is bedoeld voor muziek doeleinden, aangezien er geen center speaker is. Er zijn aardig wat platen gemixt in dit formaat, vooral in de jaren 70, o.a ‘Dark Side Of The Moon’ van Pink Floyd en ‘Tubular Bells’ van Mike Oldfield. Er is ook een nederlandse band geweest die zo optrad (Kong), die hadden 4 podia aan elke kant van de zaal, waarop 1 van de muziekanten stond.
- 5.0 en 5.1, dit zijn L, C, R, Ls en Rs (s = surround) speakers, waarbij de ‘.1’ nog een subwoofer (heet eigenlijk LFE = Low Frequency Effects) toevoegd.
- 6.0 en 6.1. Hier is er een extra surround speaker (in het midden), die niet discreet is. De audio op dat kanaal wordt gevormd door Ls en Rs samen te voegen en te vertragen. Dit wordt ook wel 6.1 ES of 6.1 EX genoemd.
- 7.1, dit is L, Lf, C, Rf, R, Ls, Rs en een LFE. Dit zijn wel discrete kanelen
- 10.2, dit is een bioscoop systeem, met 2 x 5.1, boven elkaar.
EPILOOG (je)
En zo is er nog veel meer te vertellen over speaker plaatsing, film mixing en ga maar door. Maar op het internet is daar genoeg over te vinden. Check bijvoorbeeld eens op
http://us.imdb.com/Title?0167261. Hier staat info over de nieuwe Lord Of The Rings en wat over de geluidformaten waarin het gemixt is. Dit is gewoon een leuk voorbeeld van al het voorgaande.