tegen hyde, ik vroeg me af hoe de afbeelding gebruikt dient te worden.
Dan probeer ik kort te antwoorden...
De kwintencirkel geeft het aantal kruisen en mollen aan in de verschillende toonladders.
Een toonladder (majeur) heeft een grondtoon, de volgende is een hele toon hoger en de derde ook weer. De vierde komt echter een halve toon hoger in de rij, de vijfde, zesde en zevende alle een hele toon en de laatste weer een halve en dan zijn we weer op de grondtoon, maar een octaaf hoger. Dus hele-hele-halve-hele-hele-hele-halve.
Begin je op de C dan zijn het de witte toetsen naast elkaar, op je synthklavier wel te verstaan.
Begin je nu op een willekeurige andere toon, dan blijft die reeks hele en halve stapjes ook van toepassing, maar die moet je dan wel even bekijken welke wel en niet.
Nu kwamen ze er achter dat als je een kwint omhoog gaat (vanuit C is dat de G) en de toonladder speelt, dan klinkt alleen die F niet, want de afstand E naar F is een halve en er moet een hele zijn, dus een F#. En verdraaid, dan is gelijk de afstand F# naar G weer een halve en dat moet die zijn. Dus in G gebuik je geen F maar een F#. Dat ene kruis zet men dan vooraan de notenbalk naast de sleutel, op iedere regel. Een muzikant wet dan dat hij in G moet spelen en dan geen F maar een F#.
Een kwint hoger dan G, de D, die past ook niet zomaar op de witte toetsen. Daar moet ook een F# in (op de derde plaats) en om het goed te doen ook een C#. Dat is dan twee kruisen vooraan en we weten dat we in D spelen.
A heeft drie kruisen, E heeft er vier en B heeft er vijf. Vooruit F# mag ook nog meedoen en die heeft er dan zes.
Ga je de andere kant op vanuit C dan was de kwint voorafgaande aan C de F (eigenlijk een dalende kwart, maar het zal...) Pas je weer de toonladder beginnend op F op de witte toetsen alleen, dan doet de B vreemd. Verhogen kan helemaal niet, want de afstand A naar B moet een halve zijn, dus verlagen die B naar Bb. Dat is dan een mol als voorteken naast de sleutel.
Weer vier stappen naar beneden is dan de Bb zelf (Hoe dat precies zit laat ik even achterwege, maar het is de Bb). Daar doet de E het fout en dat wordt dan een Eb: twee mollen…
Eb drie mollen vooraan de balk, Ab vier mollen en Db heeft er vijf. Dan komen we bij Gb en die krijgt er zes…
En verdraaid! Een Gb is ook dezelfde toon als de F# en zes mollen is gewoon ook zes kruisen.
Samen maakt dat twaalf toonladders majeur en je kunt dus aan de voortekens zien in welke toonladder (toonsoort) een liedje is gemaakt.
Dit heeft natuurlijk ook effecten op het maken van akkoorden, dus eerste + derde + vijfde of vierde + zesde + achtste en ook vijfde + zevende + tweede een octaaf hoger. Dat gaat in alle twaalf de toonladders zo.
En dan is er de mineur parallel…
Hele-halve-hele-hele-halve-hele-hele.
Begin op A en deze past op alle witte toetsen… Am
Kijk naar de kwintencirkel…
Em #
Bm ##
F#m ###
Enzovoort…
Maar ook Dm b
Gm bb
Het is leuk om ze alle 24 eens te spelen en goed te horen. Dan weet je misschien ook waarom veel stukken in een bepaalde toonsoort staan…
Wout