Experiment: De Tritone Paradox

"sheppard tones zijn meerdere toon-lijnen een octaaf van elkaar verwijderd (en dezelfde noot), die dalen of stijgen, chromatisch of glissando"

Bijna, maar niet helemaal. Sheppard tones zijn slechts de dubbele tonen, dus die tonen die samen worden gespeeld en een octaaf van elkaar verwijderd zijn. Vervolgens ging Sheppard met die tonen spelen en kwam hij tot die illusie van continuïteit.

Anyway, we snappen beiden volgens mij prima hoe het werkt ;). We bespreken nu semantiek van definities, onbelangrijk.

ik zal verder niet reageren op alles,want dan blijven we aan de gang! :-)
maar sheppard tones is wat ik bedoel met dat continue-effect
ik doe dit tot nu toe uit mijn hoofd,en bij mij is die term bijgebleven (
blijkbaar slaat dat op de losse tonen en niet dat effect maar ik zie het wel
vaker op die manier bedoeld, is taal van de straat! Zeg maar , en dat is blijven hangen

maar ooit jaren geleden was ik er door geobsedeerd en heb het op meerdere manieren proberen te gebruiken in muziek

ik neem nooit snel wat aan , ik ga me nog wel wat verdiepen in die tritronus-paradox
 
het gedeelte wat ik niet begrijp is deze:

ok, we spelen twee Sheppard tones na elkaar met een tritonus afstand
en blijkbaar hoort de een een dalende en de ander een stijgende lijn

een shepard tone zou je toch kunnen omschrijven als een klank van een noot waarvan je de absolute toonhoogte( welk octaaf) niet kan horen?


maar er is geen definitie van een sheppard tone hoe die is opgebouwd
het bestaat uit twee of meer tonen van de zelfde noot (C of A of Bb,enz) maar geen een in hetzelfde octaaf

maar een ander verschil is dus de verschillende amplitudes tussen de tonen voor welke verhoudingen is er dan gekozen? en zijn die verhoudingen hetzelfde bij de tweede toon?
 
ok, ik laat het hier bij, belangrijkste is dat die twee Shepard-tones een tritonus van elkaar verwijderd:
dus zo wel naar boven als naar beneden het zelfde interval zijn (tritonus is precies half octaaf)
en
dat wij mensen bij Shepard tones de absolute toonhoogte (welk octaaf) niet kunnen bepalen

ik vind zelf de rest eigenlijk niet bijster interessant toch, en denk dat als je al zo'n grillige onduidelijke en specifieke situatie creëert dan kan je ook zo'n vreemde reactie van de oren/hersenen verwachten

het is (gelukkig!) in een normale situatie niet zo dat elk mens een melodie anders hoort!

en hiermee beëindig ik mijn ziekelijk onbeheersbare chaotische geobsedeerde bijdrage!!!!! :bekdicht:
 
Pagina 5:

STIMULUS PATTERNS
The tones all consisted of six sinusoids that stood in octave relation and whose am-plitudes were determined by a fixed, bell-shaped spectral envelope (Figure 1). The general form of the equation describing the envelope is as follows:

[Zie rapport voor formule]

where A(f) is the relative amplitude of a given sinusoid at frequency f Hz, β is the frequency ratio formed by adjacent sinusoids (thus for octave spacing, β = 2), γ is the number of β cycles spanned), and fmin is the minimum frequency for which the amplitude is nonzero. Thus the maximum frequency for which the amplitude is nonzero is γβ cycles above fmin. Throughout, the values β = 2 and γ = 6 were used, so that the spectral envelope always spanned exactly six octaves, from fmin to 64 fmin.

In order to control for possible effects of the relative amplitudes or loudnesses of the sinusoidal components, tone pairs were created under envelopes that were placed at four different positions along the spectrum. The envelopes were centered at 262 Hz (C4), 370 Hz (F#4), 523 Hz (C5), and 740 Hz (F#5), and so were spaced at half-octave intervals. We can observe that the relative amplitudes of the sinusoidal components of tones at any given pitch class when generated under the envelopes centered at C4 and C5 were identical to those at the pitch class a half-octave removed when generated under the envelopes centered at F#4 and F#5. (As an example, the sinusoidal components of the tones comprising the D-G# pattern, when generated under envelopes centered at C4 and C5, were identical to those comprising the G#-D pattern, when generated under envelopes centered at F#4 and F#5.) The averaging of results obtained by using these different spectral envelopes enabled thebalancing out of possible effects of the relative amplitudes of the sinusoidal components of the tones.
 
ja,dat wou ik weten! nu nog begrijpen (dat is: vooral niet in een chaotische bui lezen)

maar ik krijg wel een beetje het gevoel dat er een soort laboratorium-situatie wordt gecreëerd die wel heel weinig met de normale wereld te maken heeft
 
Ben ik wel met je eens. Het verhaal moet wel aan heel veel voorwaarden voldoen. Dus mijn conclusie dat een melodie door verschillende mensen verschillend geïnterpreteerd zou kunnen worden is dus eigenlijk beperkt tot die laboratoriumsituatie en daarmee in de praktijk waarschijnlijk uit te sluiten. Aan de andere kant, we weten niet wat de uitkomsten van dit onderzoek zouden zijn geweest als de opzet anders was :).
 
maar het geldt toch alleen bij een tritonus interval?
bij andere intervallen verdwijnt toch het effect? omdat we dan wel degelijk onderscheid kunnen maken tussen
dalen of stijgen omdat het interval dalend en stijgend verschilt an lekaar

want dat is nu juist de truuk: een tritonus klinkt dalend of stijgend als het zelfde interval

dan kan je sowieso dus ook niet spreken van melodie door verschillende mensen verschillend geïnterpreteerd, dat gaat niet
da tis tenmninste wat ik begrijp
 
muziek en taal, gehoor, klank en praten en dus ook cultuur, afkomst,opvoeding,enz zijn vast ieder op zijn manier aan elkaar gerelateerd, dus er zijn altijd wel leuke dingen te onderzoeken!

ach ja, ik klets ook maar wat, misschien kan ik beter wat gaan blazen op mijn fluit!
 
Back
Top