Er is een heel makkelijk trucje voor:
Vervang het werkwoord door een werkwoord als
"lopen" of
"drinken" in dezelfde zin.
Bijvoorbeeld:
- "Dat verandert alles" → probeer met "drinken":
"Dat drinkt alles." → Je hoort een t, dus "verandert" schrijf je met -t.

Als je een
t hoort bij "drinken" of "lopen", dan komt er ook een
t aan het einde van het oorspronkelijke werkwoord.
Let op: Dit werkt alleen bij werkwoorden in de
tegenwoordige tijd (zoals: "hij verandert", "zij loopt").
Koppelwerkwoorden en
voltooide deelwoorden zijn iets anders.
Bijvoorbeeld:
- "Het is gebeurd."
"Gebeurd" is een voltooid deelwoord, eindigt op -d, want het komt van "gebeuren", en volgens de regels van 't kofschip/ 't fokschaap is het gebeurd, niet gebeurt.