Een vervolg artikel over DTS.
Wordt daar een beetje afgekraakt.
Moet inderdaad ook bij een aantal DVD's van mij constateren dat DTS minder punch heeft dan bij dobly digital.1. Inleiding:
Naar aanleiding van diverse vragen aan DVD-Home of ook wat aandacht aan het DTS geluidssysteem kunnen besteden, alsmede diverse opmerkingen over de werking, resultaat en ervaringen met het systeem, is het onderstaande stukje geschreven. Buiten de werking van het systeem is er ook beperkt wat geschiedenis en achtergrond informatie opgenomen, zover dit te achterhalen, want DTS is geen informatief of communicatief bedrijf.
Artikel:
2. DTS in de bioscoop:
Omdat er alleen ruimte voor 2 analoge geluidssporen op een 35mm filmprint was en de belangstelling voor een digitaal meerkanaals systeem groot was, is DTS ontwikkeld als een alternatief voor het storingsgevoelige Kodak systeem CDS. Om de problemen die het CDS systeem had m.b.t. de uitval en het niet kunnen terug vallen of/en compatibel te blijven met het standaard analoge systeem, heeft men toen gekozen voor een soort gelijke oplossing waarmee men bij 70mm filmprints experimenteerde. Daar maakte men gebruik van een digitaal meerkanaals systeem (Nuoptix compressie 2:1), waarbij de geluidssporen op een magnetische tape (DAT) stonden, welke werden geinterlockt met de 70mm projector. Op deze manier werd voor het eerst beeld en geluid gescheiden. DTS maakte de keuze om voor de opslag i.p.v. een magnetische tape recorder gebruik te maken van een optisch systeem. Dit werd een CD-ROM welke d.m.v. een synchroon signaal (geplaatst tussen de analoge geluidsporen en het beeld frame) aan de 35mm filmprint is gekoppeld.
Door het ongecomprimeerde 16 bits 44.1 kHz PCM signaal te comprimeren (compressie 4:1) en een bitrate van 882 kb/s te gebruiken werd het mogelijk om m.b.v. 2 CD-ROM's films met een lengte tot 200 minuten (100 min per disc) van digitaal meerkanaals geluid te voorzien. Het DTS bioscoop systeem is een 5 kanaals discreet systeem, waarbij het LFE.1 (sub woofer) kanaal in de beide achterkanalen is opgenomen. DTS is namelijk van mening dat de meeste bioscopen toch geen "Full range" (=20-20.000 Hz) surround speakers hebben, zodat men de frequenties van 20-80 Hz van de achterkanalen voor het LFE.1 kanaal kan gebruiken.
- DTS bioscoop (apt-X100): 5 kanalen in 16 bit 44,1 kHz, bitrate 882 kb/s (compressie 4:1).
3. DTS in het Home Theater 1:
Laser Disc (LD) en Compact Disc (CD).
Toen de digitale geluidssystemen als snel na de introductie (Dolby Digital 1992 en DTS 1993) een succes in de bioscopen werden, ontstond ook de gedachte om dit ook bij Home Theaters (HT) toe te passen. In 1993 was er maar 1 hoogwaardig videosysteem voor het HT, waar dit mogelijk was en nut had. Dit was de "Lasedisc" (LD). Het eerste discrete digitale meerkanaals systeem dat werd gelanceerd voor de LD was in december 1994. Dit systeem was genaamd AC-3 (later omgedoopt en nu bekent als Dolby Digital). De LD bevat een analoog videosignaal, 2 analoge (FM) audiosporen en 2 digital PCM (CD) sporen. De AC-3 bitstream werd op de locatie van 1 analoog audiospoor geplaatst, zodat de digitale audiosporen onaangetast blijven en het andere analoge audiospoor voor bv. een commetaartrack kan worden gebruikt. Hierdoor was een complete "backwards" compatibiliteit gegarandeerd.
De DTS bitstream neemt echte veel meer ruimte in dan de analoge geluidssporen, zodat DTS voor een geheel ander aanpak heeft gekozen en besloot gebruik te maken van de ruimte die de 16 bits PCM tracks bied. Hier door had men ook meer ruimte en een hogere bitrate van 1411 kb/s tot de beschikking. Dit betekende dat met het bioscoop algoritme moest aanpassen, maar dit gelijk ook kon aanpassen naar een discrete 5.1 configuratie en zo ontstond het "Coherent Acoustic Algorhythmic". Om compatibiliteits (oversteuring) problemen te voorkomen heeft men besloten een iets lagere dan de maximale bitrate te gebruiken, waarbij men gelijk de mogelijkheid voor een alleen (muziek)audio toepassing voor de CD creërende.
- DTS LD/CD: 6 kanalen in 16 bit 44,1 kHz, bitrate 1235 kb/s (compressie 2.9:1).
- DTS LD/CD: 6 kanalen in 24 bit 44,1 kHz, bitrate 1235 kb/s (compressie 4.3:1).
DTS op de LD kwam eind 1995 beschikbaar, maar was ondanks de goede technische kwaliteiten een beperkt succes. Dit omdat de DTS tracks op de plaats van de PCM tracks kwam. Want door het ontbreken van de "backwards" compatibiliteit werd het onaantrekkelijk om als vast een collectie DTS titels op te bouwen als je nog geen DTS (dure)decoder had. Tel daarbij op dat de DTS LD's ca. 10-20 dollar duurder waren en slechts door beperkt aantal filmmaatschappijen werd ondersteund met kleine selecte aan titels. Hier had AC-3 duidelijk het voordeel om dat je kon kiezen tussen PCM of het AC-3 spoor. Het LD systeem is inmiddels verleden tijd. DTS muziek CD's zijn nog steeds te koop, maar ook daar is een beperkte selectie aan titels met een hogere verkoop prijs dan de standaard CD. En nu met DVD-audio en de Super Audio Compact Disc (SACD) in opkomst krijgt dit systeem het nog moeilijker.
4. DTS in het Home Theater 2:
Digital Versalite Disc (DVD).
In de DVD-video standaard zijn een aantal afspraken gemaakt m.b.t. het geluid, om capabiliteits problemen te voorkomen dient er op de disc 1 van de primaire audiostreams aanwezig te zijn.
- Voor de NTSC norm, is afgesproken dat Dolby Digital of PCM aanwezig moet zijn en dat andere audioformaten (MPEG, DTS, DVD-audio ed.) optioneel toegevoegd mogen worden.
- Voor de PAL norm, is afgesproken dat MPEG, Dolby Digital of PCM aanwezig moet zijn en dat andere audioformaten (DTS, DVD-audio ed.) optioneel toegevoegd mogen worden.
Dit houd in dat DTS, naast Dolby Digital of PCM aanwezig mag zijn.
Daar gelijktijdig naast de primaire audiostream, optionele audiostreams aanwezig mogen zijn en PCM tot de primaire audiostream behoord wilde en moest DTS een eigen locatie krijgen (flag). Dit zodat de DVD-spelers deze kunnen herkennen en kunnen doorgeven (om deze reden hadden de 1e generatie DVD-spelers geen DTS-out). DTS heeft hier gebruik gemaakt van de voor de LD ontwikkelde en flexibele "Coherent Acoustic Algorhythmic" techniek en deze aangepast naar een hoger niveau voor de DVD.
- DTS DVD: 6 kanalen in 20 bit 48 kHz, bitrate 1509 kb/s (compressie 4:1).
Door dat de 1e generatie ('97-'9

DVD-spelers geen DTS-out hadden en DTS slechts door een paar maatschappijen (o.a. door DTS aandeelhouder Universal) werd ondersteun kwamen er in het begin zeer weinig titels uit (199

. Deze hadden gelijk nog een handicap en dat was dat deze DVD's waren ontdaan van alle extra's en geen Dolby Digital 5.1 track hadden, zodat ze alleen voor bezitter van DTS apparatuur aantrekkelijk waren. Een jaar na (1999) de DTS introductie op de DVD waren de 2e en 3e generatie DVD-spelers ruim in de markt afgezet , maar het aantal titels beleef beperkt. De oorzaak hiervan was o.a. het boven genoemde gebrek aan een Dolby Digital 5.1 track en het ontbreken van de extra's. Maar het grootste probleem was dat de divers filmmaatschappijen geen "in-house" DTS track (bitstream) konden maken. De enige mogelijkheid die er toen was, was je ongecomprimeerde (PCM) audiotracks naar DTS op te sturen. Hier encodeerde (=omzetten/vertalen) DTS de ongecomprimeerde (PCM) audiotracks naar een DTS bitstream, die je vervolgens van DTS weer terug kreeg (hierdoor is ook de beschuldiging van "sweetning" door DTS ontstaan). Dit proces is tijdrovend en duur (geen concurrentie), zodat weinig maatschappijen hier gebruik van maakten. Door dit feit (en onder enige druk) heeft DTS besloten om "encoders" te gaan verkopen zodat de filmmaatschappijen nu zelf "in-house" DTS tracks (bitstream) konden (laten)maken. Tevens introduceerde DTS hierbij de mogelijkheid tot het maken van DTS tracks op halve bitrate. Hierdoor blijft er meer ruimte op de disc over zodat er ook een Dolby Digital 5.1 track en extra's op kunnen.
- DTS DVD: 6 kanalen in 20 bit 48 kHz, bitrate 754 kb/s (compressie 8:1).
5. DTS in het Home Theater 3:
Kwaliteit en afwijkend LFE.1 kanaal bij DTS.
Maar nu er eindelijk meer DVD's met een DTS track verschijnen komen er ook negatieve reacties en ontstaan er discussies over de kwaliteit en het nut van DTS. De meeste DVD hebben DTS 5.1 track zijn op halve bitrate 754 kb/s en een Dolby Digital 5.1 track op 384 kb/s i.p.v. 448 kb/s. De verlaagde DD5.1 bitrate vinden de Dolby gebruikers niet prettig en is ook geheel onnodig. Veel gebruikers geven aan dat men het verschil tussen DTS en Dolby Digital niet of nauwelijks horen en claimen een gebrek aan laag bij DTS en geven de voorkeur aan de grotere punch/impact die Dolby Digital in het laag heeft. Toch is het verschil op een gemiddelde en correct af geregelde installatie goed vast te stellen. DTS kenmerkt zich meestal door een rustiger en gedetailleerde weergave in het hoog en een beter gecontroleerd laag. Er ontstaat een meer naadloos en homogeen geluidsbeeld, waarbij het geluid verder buiten de luidspreker treed en natuurlijker klinkt. Het verschil op halve bitrate is vaak wat minder groot en lastiger waar te nemen als bij de volledige bitrate.
Ook is op een groot aantal installaties het door veel gebruikers aangeven verschil tussen DTS en Dolby Digital m.b.t. de grotere punch/impact in het laag waar te nemen. Maar hoe komt dit nu?
Onderzoek:
Onderzoek m.b.v. een DVD-autorisatie bedrijf, het vergelijk van diverse audioprocessors en speurwerk op het internet heeft het volgend opgeleverd.
Hoe wordt over het algemeen een geluidstrack voor de DVD gemaakt:
Vrijwel elke recente film heeft als bron de niet gecomprimeerde (PCM in diverse resoluties) door de filmstudio gemaakte digitale geluidstracks. Deze digitale geluidstracks worden voor de DVD via een digitaal signaal naar een "encoder" gestuurd (DTS en/of Dolby). Waarna er uit die "encoder" een DTS en/of Dolby bitstream komt. De encoders zijn voorzien van eenvoudige instellingen, zoals de bitrate en een "flag" voor het aantal kanalen dat aanwezig is. Het niveau (gain) van de kanalen kan niet worden beïnvloed.
Resultaat:
Als je dit signaal test op verschillende audioprocessors blijkt dat bij een aantal audioprocessors het niveau LFE.1 kanaal van DTS -10 dB lager is dat die van Dolby Digital (-6 db als er met een Dolby Digital dial norm setting wordt gewerkt), wat de grotere punch/impact in het laag verklaard. Dure audioprocessors hebben verschillende geheugens voor DTS en Dolby Digital en kunnen daarom makkelijk deze kanaal niveau verschillen opvangen. Ook zijn er op een aantal audioprocessors speciale DTS instellingen zoals "DTS Movie" en/of "DTS Music" aanwezig. Zo geeft bv. "DTS Movie" het LFE.1 kanaal een +10 dB boost. Op de gemiddelde en goedkope audioprocessors zijn bovenstaande opties niet aanwezig en moet men dit dus handmatig aanpassen als men een DTS track afpeelt. Niet er handig en gebruiksvriendelijk en je moet het wel weten.
Waarom:
Maar waarom doet DTS dit? Volgens DTS geeft het verlagen van LFE.1 kanaal meer bandbreedte om het totale signaal weg te schrijven, waarbij dat DTS vind dat er al genoeg aan laag aanwezig is en meer dan de meeste huiskamers aan kunnen (dat maken we zelf wel uit).
Wat heb je hier als consument aan? Als je je installatie afregelt m.b.v. de testtoon, die in de meeste audioprocessors aanwezig is (die daarna misschien nog wat op gehoor fine-tunend), krijg je bij Dolby Digital en Dolby Pro-Logic het zelfde resultaat, maar als je naar DTS overschakelt, zit je met een afwijkend laag. Dit heeft als resultaat dat velen DTS als minder ervaren. Om het zelfde niveau aan laag te krijgen moeten velen dus bij beluistering in DTS het LFE.1 niveau (handmatig) verhogen en vervolgens weer (handmatig) verlagen als je weer terugschakelt naar Dolby Digital voor de menu's ed.
6. Slotwoord:
DVD-Home heeft hierover met DTS contact gezocht maar zelfs na vele herhalingen geweigerd DTS een reactie te geven. Wij zijn benieuwd naar jullie ervaringen op het bovenstaand en reacties, op- en aanmerkingen zijn welkom. Maar DTS blijft ondanks dit vreemde verschijnsel een zeer goed geluidssysteem.