Goeie richtlijn Pjotr! Alleen krijg je altijd weer oorlog over DCO's en digitale envelopes, LFO's etc.
Dus toch maar de hele excercitie.
Als het volledige (geluids-)signaalpad analoog is, dus werkend met een niet-discreet voltage, dan is het een analoge synth.
Voorbeeld: Roland JX-10
Controverse: Het geluidspad is volledig analoog, het controlepad kan wel degelijk digitaal zijn. Dat wil zeggen: digitale controle van de pitch van de oscillators (Digital Controlled Oscillator), software EG's (Envelope Generators).
Als het volledige (geluids-)signaalpad digitaal is, dwz de eerste D/A converter bevindt zich bij de outputs, en er is geen A/D converter behalve dan bij de inputs, dan is het een digitale synth.
Voorbeeld: Korg Wavestation A/D.
Controverse: De Wavestation heeft wel degelijk een stukje analoog geluidspad, te weten de inputs. Deze worden echter direct gedigitaliseerd om verder te worden bewerkt in het digitale domein, net zoals de door synthese opgewekte geluiden. De eerste keer dat het het digital domein wordt verlaten is vlak vóór de inputs, bij de D/A converters.
Als er in bepaalde onderdelen van het (geluids-)signaalpad wordt gewerkt met nulletjes en ééntjes (discrete waarden), maar deze waarden worden middels D/A-conversie omgezet in analoge signalen, anders dan direct vóór de outputs, dan spreken we van een hybride synth.
Voorbeeld: Waldorf Microwave.
Controverse: De MicroWave heeft digitale oscillators, de golfvormen worden niet analoog opgewekt maar uitgelezen uit een geheugen. Echter, nog vóór de filter wordt het digitale domein verlaten, genoemd filter is namelijk analoog.
Nog zo'n interessante discussie:
https://www.synthforum.nl/forums/showthread.php?threadid=22727