Er zijn verschillende manieren waarop je de JV-1010 kunt gebruiken. Ik heb er zelf al een paar jaar een in mijn bezit, en ik heb er veel mee gedaan.
Er zijn een aantal belangrijke dingen die je in je achterhoofd moet houden, nl. de verschillende modi waarin het apparaat kan draaien: Patch mode, Performance mode en GM mode (dan is er nog de Rhythm mode, maar die laat ik ff actherwege).
GM mode
In deze mode is de welbekende midi-GM standaard opgenomen, een bank van 128 instrumenten volgens het bekende lijstje. Deze sounds klinken niet echt super, en ik gebruik deze mode nooit. Je kunt in deze mode wel aan alle 16 kanalen aparte patches (sounds) toe wijzen.
Patch mode
Hierin kun je maar 1 patch/sound gebruiken (over het door jou ingestelde midikanaal). Handig als je de module als eenvoudig timbraal (1 midikanaal) wilt gebruiken. Alle patches uit de module komen het meest tot hun recht in patchmode, omdat de effect processor (EFX, de JV-1010 heeft maar 1 EFX!) alleen gebruikt voor die ene patch. Je kunt in patch mode elke sound selecteren, zelfs de GM sounds (preset D bank, maar wie gebruikt er nog de GM-sounds als je een complete JV-1010 patchlist ter beschikking hebt?!).
Handig als je bijvoorbeeld alleen een piano of rhodes of organ wilt gebruiken, deze klinken dan het beste; geldt ook voor veel synthesizersounds.
Performance mode (meest gebruikt)
Hierin kun je alle 16 midikanalen (is dus multitimbraal) benutten met de sounds die jij wilt (op kanaal 10 zit standaard het drumkanaal); je kunt je eigen set van patches samenstellen, maar dit werkt eigenlijk alleen echt makkelijk op het moment dat je vanuit je sequencer op je pc makkelijk de juiste bank en patch kunt selecteren. Je kunt dat evt. doen door het verzenden van de MSB en LSB controller, maar ik vind dat zelf vrij omslachtig werken. In programma's als Cakewalk en Logic kun je een complete lijst van banken en patches inladen, met als resultaat dat jij alleen maar de gewenste bank/patch hoeft te selecteren, en het programma verstuurt voor jou de juiste parameter (geen gezeik dus met het verzenden van LSB/MSB controller messages; mocht je dat toch willen doen, in de handleiding staat welke MSB/LSB je moet verzenden voor de juiste bank. Met een program change controller selecteer je dan de patch). De bank/patch instellingen kun je in alle midiprogramma's wel opslaan, zodat je niet constant aan de knoppen hoeft te draaien; je kunt namelijk ook vanaf de module zelf alle banken/patches per kanaal instellen. Bij het uitschakelen van de module ben je die instellingen echter wel kwijt.
Maar omdat de JV-1010 maar 1 EFX heeft zullenl bij het samenstellen van een set geluiden (= een performance) niet alle sounds even goed klinken als in patch mode, aangezien niet elke patch het gewenste effect kan gebruiken. Bij piano's en strings is dat niet zo'n probleem, aangezien je daar vaak volstaat met een reverb en soms een chorus (die zijn wel voor elk kanaal beschikbaar), maar voor mooie analoge sounds (jaja, die zitten er ook in!) kan dat wel lastig worden. In dat geval moet je rekening houden met welke sounds je allemaal tegelijk wilt gebruiken, en welke je welk effect wil meegeven. In eerste instantie zal de patch op kanaal 1 bepalen welk effect wordt gebruikt door de EFX. Alle andere kanalen zullen zonder effect naar de main ouput (MIX) worden gestuurd, maar dat kun je ook aanpassen m.b.v. de Output Assign (beschikbaar als optie in de Edit Mode op de module zelf, kijk maar naar de uitleg in de handleiding en op de bovenkant van de module). In de Output Assign zijn 3 modi beschikbaar (instelbaar per kanaal): MIX, Patch en EFX.
In de MIX modus wordt de output van de desbetreffende patch direct zonder extra effect (behalve evt. reverb/chorus) naar de mainoutput gestuurd (kaal dus).
In de Patch mode wordt de EFX gebruikt voor de desbetreffende patch, deze komt dus dan het meest tot z'n recht (kan dus maar voor 1 kanaal gebruikt worden!!).
Als de Output Assign staat ingesteld op EFX dan wordt voor de desbetreffende patch het effect gebruikt dat ook is toegewezen aan de patch met de Patch mode in de Output Assign (voorbeeld: op kanaal 1 staat een paino met alleen wat reverb, Output = Mix, geen extra effect dus. Kanaal 2: gitaar met een flanger-effect, deze krijgt Ouput = Patch (dus bepalend voor alle andere patches met EFX). Kanaal 3: rhodes met Output = EFX; deze zal dezelfde flanger meekrijgen als de gitaar op kanaal 2).
Ik gebruik over het algemeen de performance mode om dingen uit te proberen. Als ik eenmaal de complete (of een deel van) midi compositie af heb dan ga ik harddiskrecording gebruiken om sommige patches appart in Patch mode op te nemen zodat ze allemaal 'vet' kunnen klinken. Maar dat is echter de luxe van HD-recording... Of je moet je module willen inruilen voor de duurdere XV-5080 (of een oude JV-2080), deze heeft 3x een EFX ter beschikking. Maar als je het handig doet kun je vrij gemakkelijk een effect voor meerdere patches gebruiken.
Ohja, nog even over het opslaan van je geluidssets (=Performance) in performance mode: je kunt dit ook in de module zelf doen (dan moet je het programma Sounddiver gaan gebruiken); ik heb echter nooit goed begrepen hoe je deze performances makkelijk kunt aanroepen en selecteren, ik werk dus liever met een patchlist in m'n midi-sequencer; dan heb je tevens ook meer overzicht.
Ohja, dit nummer heb ik 2 jaar geleden volledig gemaakt met alleen 1 Roland JV-1010 module (en Orchestrall-II expansionboard), plus een losse sample voor een hihat, maar die telt niet echt mee

. Ik maakte toen echter nog geen gebruik van HD-recording, dus ik heb 1 EFX voor meerdere patches tegelijk gebruikt (de multitap-delay van de Analog Sequence patch). Het nummer is dus te beluisteren als 1 midi-sequence zonder extra synths/samples (behalve een deel van de hihat dan).
Force4
(NB.: het nummer is nog nooit echt goed afgemixed, dus let niet op de EQ etc.)
suc6!