WaveGuide7
Gedeactiveerd account
- Lid sinds
- 12 november 2009
- Berichten
- 1.152
Dat jouw loop perfect is, ben ik het helemaal mee eens. Er zit geen schakelklik in. Maar dat is niet de enige eis. Er mag bovendien geen knik zitten in de stijgrichtingen van de afzonderlijke sinussen, want die kun je horen. En van zulke knikken is hier duidelijk hoorbaar sprake...
Ik heb een sonogram gemaakt van jouw Shepard over de volle 60 seconden, waarop je op 20 en 40 seconden die knikken duidelijk kunt zien.
In het sonogram zie je de tonen lineair stijgen. Bij lineaire stijging kan het niet anders dan dat zich knikken voordoen. Dit komt omdat de stijgsnelheden van alle octaven onderling verschillend zijn. Hoe hoger het octaaf, des te sneller het stijgt. Als de laagste sinus in 20 seconden stijgt van bijv. 100 naar 200 Hz, dan stijgt het octaaf van 200 naar 400 Hz en legt dus een twee keer zo groot frequentie-traject af in diezelfde tijd. Het tweede octaaf stijgt van 400 naar 800 Hz, en heeft dus een vier keer zo groot traject afgelegd als de laagste toon.
Als je nu na 20 seconde afbreekt en het begin van de kopie plakt aan het eind van het origineel, dan sluiten de octaven weliswaar mooi op elkaar aan in hetzelfde knooppunt, maar ze vertonen noodzakelijk een knik in hun stijgrichting: de sneller stijgende octaaftoon van de kopie moet immers aansluiten bij langzamer stijgende laagste toon van het origineel.
Nu kun je de zaak ook omkeren en, uitgaand van het sonogram, de vraag stellen: "denk je echt dat ons gehoor zo slecht is dat je de knikpunten in dit sonogram alleen maar kunt waarnemen met je ogen en niet met je oren?"
Ik heb een sonogram gemaakt van jouw Shepard over de volle 60 seconden, waarop je op 20 en 40 seconden die knikken duidelijk kunt zien.
In het sonogram zie je de tonen lineair stijgen. Bij lineaire stijging kan het niet anders dan dat zich knikken voordoen. Dit komt omdat de stijgsnelheden van alle octaven onderling verschillend zijn. Hoe hoger het octaaf, des te sneller het stijgt. Als de laagste sinus in 20 seconden stijgt van bijv. 100 naar 200 Hz, dan stijgt het octaaf van 200 naar 400 Hz en legt dus een twee keer zo groot frequentie-traject af in diezelfde tijd. Het tweede octaaf stijgt van 400 naar 800 Hz, en heeft dus een vier keer zo groot traject afgelegd als de laagste toon.
Als je nu na 20 seconde afbreekt en het begin van de kopie plakt aan het eind van het origineel, dan sluiten de octaven weliswaar mooi op elkaar aan in hetzelfde knooppunt, maar ze vertonen noodzakelijk een knik in hun stijgrichting: de sneller stijgende octaaftoon van de kopie moet immers aansluiten bij langzamer stijgende laagste toon van het origineel.
Nu kun je de zaak ook omkeren en, uitgaand van het sonogram, de vraag stellen: "denk je echt dat ons gehoor zo slecht is dat je de knikpunten in dit sonogram alleen maar kunt waarnemen met je ogen en niet met je oren?"
