Hoe ga je met domme opmerkingen om? Afmaken, die hap!
Hoe ga je met domme opmerkingen om? Afmaken, die hap!
Uit mijn dagboek, gisteren...
Ligt er nog sneeuw? Hier rijden al vier dagen geen bussen en trams meer. En het huisvuil wordt niet meer opgehaald. We worden al aardig een derde wereldland.
Dat huisvuil heb ik geregeld voor onze straat en wel via het volgend telefoongesprek:
“Wij wijzen U er op dat dit gesprek wordt opgenomen voor trainingsdoeleinden.”
Een uitdaging, dus…
“Milieu Services. Waarmee kan ik U van dienst zijn?”
“U spreekt met Blommers, *****straat ** en het huisvuil wordt op maandag opgehaald en in onze straat helaas niet. Kunt U dit alsnog doen?”
“Als U gisteravond naar Radio West had geluisterd dan had U kunnen weten dat het huisvuil op de hoek van de dichtbij zijnde doorgaande weg aangeboden diende te worden. In Uw geval… De Laan van Meerdervoort.”
“Als is een voorwaardelijk bijwoord, dus de bewoners van de straat dienen eerst aan een voorwaarde te voldoen die via een alarmfase zo veel radio station is uitgezonden? Wat is het alarm, mevrouw? Een sneeuwbui? En daar het gisteravond is uitgezonden, zoals U zegt, dan vraag ik U toch waarom U gisterochtend het vuil niet opgehaald hebt…”
“Het openbare leven is behoorlijk ontwricht, meneer. De wagens konden in Uw buurt waarschijnlijk niet rijden.“
“In de andere straten is het vuil anders wel opgehaald, behalve in de *****straat. Ik vind sneeuw in december eigenlijk niet zo heel erg vreemd. Daar is een professioneel bedrijf toch op voorbereid?”
“Meneer, we doen ons uiterste best!”
“Oei, dat moet U nu niet zeggen. Dat betekent dat U het uiterste en het beste van Uw vermogens heeft gegeven en toch niet aan de verwachting kunt voldoen. Uw organisatie is dus incompetent voor haar taak.”
“Meneer, de trams en bussen rijden ook niet.”
“Natuurlijk, maar die dragen ook een verantwoordelijkheid voor het welzijn van de reizigers met zich mee en een paar vuilniszakken die door elkaar worden geschud kan ik daarmee niet vergelijken…”
“Wij hebben de verantwoordelijkheid voor het personeel.”
“Zeker, maar dat geldt dan niet voor iedereen, want ik heb U niet op Uw thuistelefoon gebeld, dus Uw directie laat U wel door dit onmenselijke weer naar het werk komen of heeft dat alleen maar met Uw vrouw zijn te maken?”
“Meneer, U maakt het me wel erg lastig.”
“Mevrouw, toen U werd aangenomen is er iemand geweest die U gezegd heeft dat U erg gemakkelijk werk zou gaan doen?”
“Meneer, namens het bedrijf bied ik U excuses aan.”
“Mevrouw, ik vraag geen excuses. Ik ben niet beledigd of zo, maar in de Verdistraat willen we met de feestdagen niet met een grauw grijze stoeprandversiering zitten. Dat kunt U begrijpen?"
“Dat begrijp ik, meneer.”
“Dus dan gaat U er ook iets aan doen, niet waar?”
“Tja…”
“U weet geen weg? Waarom niet even naar Uw directe chef gestapt?”
“Ik weet niet of ik dat wel kan doen…”
“Natuurlijk weet U dat niet, want U bent er voor om Uw chef af te schermen voor klachten, die alleen genoteerd worden om te worden gebruikt in statistieken over het aantal klachten.”
“Meneer, ik doe mijn best en… Oh, dat mag ik niet tegen U zeggen.”
“Mag wel, hoor, alleen heeft deze opmerking weinig inhoud, net als excuses maken. U gaat me toch niet vertellen dat U gekweld wordt door spijtgevoelens?”
“Wat zou ik…”
“Ga gewoon naar Uw chef of cheffin en laat dit gesprek maar horen… Baas, doe wat aan het huisvuil op mijn stoep!”
“Hi, hi…”
“Dag mevrouw en nog veel succes.”
Vijfentwintig minuten later stopte een vuilniswagen voor de deur. Ze keken naar boven, maar ik stond met mijn zoon beneden voor de deur.
“Ik sta hier, hoor.”
Ze lachten en maakten de straat huisvuil vrij.
Wout