Knippen, mengen en plakken
SIETSE MEIJER
Voor de beste popmuziek die op het moment in Nederland wordt gemaakt, moet je niet in oefenruimten zoeken, maar bij de muzikanten thuis, die in een eigen studio muziek maken. Het wordt steeds gemakkelijker en goedkoper, en levert opvallend vaak bijzondere muziek op: van Spinvis, Floris en Anne Soldaat bijvoorbeeld, vertegenwoordigers van een leger van duizenden.
Er is een stille revolutie gaande in de popmuziek. En anders dan voorgaande luidruchtige revoluties, heeft deze niets van doen met sociale of maatschappelijke veranderingen, maar met de techniek.
Tot voor kort was het vrij simpel: platen werden opgenomen in studio's, waar een technicus en een producer zich over de muzikanten ontfermden. Het beeld is bekend uit tv-documentaires over klassieke popplaten: enorme, imposante mengtafels met idioot veel knoppen, waarin alleen supertechneuten de weg wisten te vinden.
Maar nu kan zo'n klassieke popplaat ontstaan in, bijvoorbeeld, een kamertje van twee bij tweeënhalf in Amsterdam-Oost. We zijn thuis bij Anne Soldaat, gitarist/ zanger van Daryll-Ann, die in dit kamertje een kleine studio heeft ingericht. Twee tafels met een computermonitor en een keyboard, plus een paar metalen kastjes met knoppen waarop Bass Pod staat, of E-Voice. Onder een van de tafels is de computer opgesteld, een Macintosh G4.
Soldaat laat horen wat hij hier heeft gemaakt. Hij opent een file in de computer; op het scherm zijn dunne horizontale lijnen te zien, waartussen her en der gekleurde blokjes staan. Die blokjes zijn stukken geluid: blokjes drums, blokjes gitaar, blokjes bas, blokjes samples, een flink blok zang. Samen vormen ze een liedje, van het soort dat je op 3 FM zou kunnen horen: een toegankelijk, pakkend nummer met een fris ritme. ''Het is nog niet af, hoor,'' waarschuwt Soldaat. Of het, wanneer het af is, op een cd zal verschijnen, weet hij nog niet.
Er moeten alleen in Nederland al duizenden van dit soort kamertjes zijn, waarin muziek wordt gemaakt en opgenomen. Thuisstudio's, van piepkleine hokjes tot flinke kamers. Cijfers van het Centraal Plan Bureau zijn niet voorhanden, maar alleen al aan het aantal cd's dat in thuisstudio's is opgenomen, is te merken dat het fenomeen flink om zich heen grijpt. En, belangrijker nog, bijzondere muziek oplevert.
Neem twee onlangs verschenen albums, die tot het beste behoren wat de Nederlandse popmuziek de laatste tijd heeft voortgebracht: de titelloze debuutalbums van Floris en Spinvis. Floris laat op zijn cd sfeervolle, tripperige muziek horen, met een jazzy feel en flink wat soul, soms dromerig, soms opzwepend, afgewisseld met merkwaardige stemmen en geluiden. Spinvis verrast met heel originele, mooie, leuke, lieve, rare, grappige, verbazingwekkende Nederlandstalige popliedjes. De teksten roepen intrigerende beelden op en trekken je mee in de hoogstpersoonlijke hersenspinsels van Spinvis. Het ene album (van Floris) werd opgenomen in Amsterdam-West, het andere in Nieuwegein-Zuid. Gewoon thuis.
Die muziek had ook niet ergens anders kunnen ontstaan, vertelt Spinvis. ''Ik kan dit niet in een studio doen. Hier kan ik aan een nummer elke dag een beetje werken. Als ik een idee krijg, ren ik even naar boven. Deze manier van werken is heel persoonlijk, dat zou niet kunnen in een grote studio.''
Floris laat zien wat dat in zijn geval inhoudt. Hij laat een stukje horen waarmee hij bezig is. Uit de luidsprekers klinkt een kalm, maar spannend ritme. ''Maar dat is niet wat die drummer drumde, die deed iets heel anders.'' Hij pakt er een plaat bij, Live at the Keystone Korner van het Tete Montoliu Trio, en laat horen hoe het oorspronkelijk klonk: een heel druk, snel jazznummer, waarin de drummer een solo speelt met flink wat roffels. Dat stukje drums voert Floris in zijn computer in, waarna hij het kan bewerken. Hij laat een halve seconde horen, één drumslag. ''Het kan zijn dat ik net dit stukje mooi vind om te gebruiken, als een rare snaredrum.'' Hij zet de cursor een stukje verderop, en door de luidsprekers klinkt de jazzdrummer uit lang vervlogen tijden weer. ''Dit vind ik een mooie donkere bassdrum. Daar hoor ik gelijk een soort hiphop-beat bij.''
Met die samples, kleine stukjes van de plaat, maakte Floris een eigen ritme, dat inderdaad weinig meer te maken heeft met wat de drummer ooit speelde. Maar het klinkt goed, een prikkelend, repeterend ritme. Floris: ''Niet echt een leuke beat, vind ik zelf. Ik ga 'm niet gebruiken.'' Hij speelt er nog een stemmig klinkend akkoord bij, en nog wat spacy synthesizergeluiden.
Floris (achternaam: Klinkert) begon tien jaar geleden met muziek maken in Castricum, waar hij vandaan komt. ''In de derde klas middelbare school, ik was een jaar of vijftien, zestien.'' Hij begon met twee vrienden, van wie één z'n vader een thuisstudio had. ''We begonnen met een sampler van een vriend, een synthesizer van mijn vader en een geleend mengtafeltje en DAT-recorder. Daar kun je een plaat mee maken.''
Het eerste plaatje werd uitgebracht onder de naam Groove Solution. ''Dat deed het wel aardig. Daarna hebben we steeds om de paar maanden een plaatje uitgebracht. Toen er centjes begonnen binnen te komen, hebben we die geïnvesteerd in nieuwe apparatuur. Een extra synthesizer, een betere sampler, een eigen mengtafel... Ik heb vier mengtafels versleten, steeds een beetje beter.''
De muziek die Floris nu maakt, is een stuk verfijnder en origineler dan de house waarmee hij begon. Maar de manier van werken is niet wezenlijk veranderd.
Ook bij mensen die niet uit de dance-hoek komen, zoals Solex, Bauer en Spinvis, is de sampler nu een bijna vanzelfsprekend onderdeel van het instrumentarium. Spinvis: ''Computers zijn bij uitstek geschikt om herhalende patronen te genereren, en dan heb je het al snel over dansmuziek. Het werk dat ik doe, kun je beter zien in de traditie van singer/songwriters. Alleen gebruik je in plaats van een akoestische gitaar een computer. Mensen als ik zou je singer-sample-songwriters kunnen noemen.''
Hij laat een begin van een nieuw nummer horen. Aan de basis ligt een drumcomputerritme, afkomstig uit een computerprogramma. ''Dat vervang ik later nog door een eigen sample van zelf opgenomen drums.''
Daaroverheen klinkt een telkens herhaald stukje gitaar, een loop. ''Die komt uit een langere gitaarpartij die ik heb gespeeld, waaruit ik nu een klein stukje gebruik.'' Er komen nog een basgitaar en een tweede gitaar bij, en vervormde zang, maar zonder woorden. ''Er is nog geen tekst bij, dus wat ik zing, is vaag geblubbel.'' Het klinkt als majewoewie keshewiegeeoggedonnn.
''Dat is ook zo raar: wat ik zing is geen tekst, maar als je er heel vaak naar luistert, beginnen de klanken op woorden te lijken, dan lijkt het of ik een bepaalde zin zing. Hierin hoorde ik bijvoorbeeld de zin 'op een ochtend in dit land'. Dan denk ik: ja! Daar gaat het lied dan over. 'Op een ochtend in dit land', daar zit heel veel in, daar kun je van alles mee doen. Maar eigenlijk heeft niemand het verzonnen. Het is ontstaan.''
Normaal gesproken, zegt Spinvis, schrijven mensen liedjes met een akkoordenschema, of ze beginnen met een melodie. ''Dat doe ik dus niet, ik maak dit soort klanken, daar maak ik een melodie bij, en daar ga ik in knippen.'' Die methode heeft ook invloed op de teksten. ''Als ik iets heb ingezongen, behandel ik die track net als elk ander instrument: ik knip in de woorden, verwissel ze, waardoor ook de betekenis verandert. Die cut-up-techniek is natuurlijk al langer bekend, maar het verschil is dat je nu niet alleen in de woorden knipt, maar ook in de melodie die eraan vast zit. Er komt een verdieping bij.''
Wat hij laat horen, is nog in het eerste stadium: het moet zich nog ontwikkelen tot een liedje. ''Als het af is, lijkt het heel duidelijk. Dan hoor je niet meer dat het op zo'n rommelige manier tot stand is gekomen. Ik begin met bijna niets, waar dan langzaam iets uit ontstaat. Het groeit onder je handen.''
''Ik vind het wel superbelangrijk dat het uiteindelijk een mooi liedje wordt, dat iedereen kan begrijpen. Het moet warm zijn. Dat heb ik langzamerhand wel door: wat je ook maakt, experimenteel of elektronisch, als het niet iets van troost of liefde overdraagt, heeft het niet veel waarde.''
Zoals veel thuismuzikanten nam Anne Soldaat zijn muziek thuis voorheen op met een viersporenrecorder. Daarmee zijn instrumenten en zang apart, op verschillende sporen, op te nemen en te mixen. ''Ik nam demo's op van liedjes die ik had geschreven, om ze aan de band te laten horen. Vaak compleet met orgel, drum en bas.'' Daarna ging de band, Daryll-Ann, ermee aan de slag. De andere songschrijvers in de groep presenteren op dezelfde manier hun liedjes.
Een kleine twee jaar geleden besloot Soldaat te investeren in een computer en andere elektronische apparatuur. ''Dat gaf meer mogelijkheden, en ik wilde andere dingen proberen, ook nummers die niet voor de band bedoeld zijn. Muziek die dansbaar is, maar nog wel liedjes.''
Met computerprogramma's als Logic, dat Soldaat gebruikt, en het populaire Pro Tools is het opnemen van meerdere sporen gemakkelijker. Bovendien geven ze extra mogelijkheden - ze maken grote mengtafels en apparaten waarmee effecten kunnen worden toegevoegd (zoals echo's en vervormingen), vrijwel overbodig.
''Toen ik eraan begon,'' zegt Soldaat, ''was de grote vraag: wat moet je in godsnaam kopen?'' Hij kreeg advies van producer Frans Hagenaars, die veel met Daryll-Ann werkt. Het setje kostte hem zo'n 15.000 gulden, inclusief legale software.
In de thuisstudio van de verder gevorderde Floris staat voor een kleine ton aan apparatuur, die hij door de jaren heen verzamelde. Goed verzekerd uiteraard, en met een alarmsysteem beveiligd.
De nu 41-jarige Spinvis begon op zijn vijftiende in een punkbandje. Begin jaren tachtig ging hij muziek maken voor videofilms: ''Dingen voor kunstenaars, daar is het eigenlijk mee begonnen.'' Hij begon door 'een heleboel cassetterecorders op elkaar aan te sluiten', experimenteerde door stemmen van de radio op te nemen en daar loops mee te maken. ''Dat gebeurde veel in die tijd, ook door mensen als David Byrne en Holger Czukay.'' Hij werkte met een synthesizer en de voorlopers van de computers van nu: de Commodore-64 en de midi-sequencer Atari 1040 ST.
Voor de cd werden de opnamen die hij thuis had gemaakt met het programma Cubase, in een studio overgezet naar het kwalitatief betere Pro Tools. Veel opnamen moesten worden opgepoetst. ''Ik werk vaak snel, dan let ik niet altijd op de geluidskwaliteit. Tot grote ergernis van de studiojongens.'' Maar, zegt hij, 'die pluggenrukkers' hebben wel gelijk: een goed geluid is belangrijk. ''Het is niet mijn bedoeling dat het slecht klinkt.''
Spinvis wil meer met Pro Tools gaan werken. Hij houdt goed bij welke nieuwe software op de markt komt, onder meer via discussiegroepen op internet. ''Daar gaat het vooral over plug-ins, effecten die je kunt toevoegen. Wat ik vaak doe, is zulke dingen misbruiken: gebruiken voor iets waarvoor ze niet zijn bedoeld. Er is nu iets nieuws bijvoorbeeld, Vocaline. Dat is bedoeld om de tweede, derde en vierde stem precies dezelfde timing te geven als de leadzang. Ik zit niet echt te wachten op die perfectie. Maar wat gebeurt nou als je die leadzang vocalinet met een drumtrack, of iets anders? Dat is geweldig, want dan wordt de timing van de zang losgelaten op de timing van de drums. Het effect is heel wonderlijk.''
''Ik volg bijna nooit de handleiding van de apparatuur. Want ze duwen je een bepaalde kant op - dát kun je ermee, dus dat móet je. Maar het is leuker om er onbedoelde dingen mee te doen.'' Hij wijst naar een oude taperecorder. ''Als je daarmee dingen zo hard opneemt dat de meters in het rood staan, gaat hij helemaal vervormen. Nou, daar is hij niet voor gemaakt. Maar het klinkt tof.''
De geluiden die Spinvis verwerkt, zijn volgens hem vaak 'onaf, of een beetje kapot'. ''Klanken waarin een imperfectie zit, daar grijp ik constant naar terug. Ik houd erg van het geluid van de mellotron: dat piept, kraakt, is vals, maar het is zó mooi... Waarom? Omdat de dood erin ademt. Dat klinkt pathetisch, maar daar komt het wel op neer. De vergankelijkheid zit in dat geluid, dat maakt het ontroerend.''
Als student informatica - bijna afgestudeerd - is Floris geïnteresseerd in de techniek. ''Ik wil ook zelf plug-ins programmeren, daarin een bedrijfje beginnen. Maar als ik in de studio werk, maakt het mij niet uit hoe het werkt: er moet gewoon geluid uit komen. Het ziet er ingewikkeld uit, maar het is eigenlijk niet moeilijker in het gebruik dan een videorecorder. Daar hebben sommige mensen ook veel moeite mee, voor anderen gaat het vanzelf.''
De software heeft zich snel ontwikkeld. Floris: ''Nu hebben steeds meer mensen de mogelijkheid dit te doen, omdat je steeds minder nodig hebt. Een zware computer en wat plug-ins, en dan kun je al heel wat.'' Hij heeft zelf heel wat meer spullen: twee mengtafels, samplers, een drum- en een bascomputer, en synthesizers die elk hun eigen klank hebben: de 'vage geluiden' van de Roland JP 8000, de 'rare, grappige geluiden' van de Korg-synthesizers.
Behalve zijn eigen spel zijn in Floris' muziek ook gastmuzikanten te horen, en de zangeressen Rose, Carmen en Sarah Bettens (van K's Choice). Allemaal in zijn thuisstudio opgenomen. ''Zang en blazers opnemen, is geen probleem. Alleen drums en strijkers kunnen niet. Ik zou graag echte strijkers gebruiken, in plaats van de strijkers uit een synthesizer, want die klinken nooit als echte strijkers. En ze zijn vaak heel lelijk.''
Of hij zijn thuis gemaakte muziek gaat uitbrengen, weet Anne Soldaat nog niet. Maar hij piekert nu al over een probleem dat zich te zijner tijd zal voordoen: dat het moeilijk zal zijn deze muziek live te spelen.
Floris heeft, om zijn muziek op het podium te kunnen brengen, een zevenkoppige band om zich heen verzameld, waarin hij zelf toetsen speelt en zingt.
Spinvis wil in principe geen optredens doen, maar als het echt moet, heeft hij wel een idee: ''Dan wil ik het uitvoeren met oudere musici, mensen van een jaar of zeventig, tachtig, die bijvoorbeeld in dansorkesten hebben gespeeld. Ik wil hun muzikale bagage erbij betrekken. Het wordt heel anders, maar de liedjes blijven hetzelfde.''
Het geluid van de cd is niet op het podium te reproduceren, vindt Spinvis; het zijn twee verschillende dingen. Hij signaleert een tweedeling in de popmuziek: aan de ene kant muziek die wordt gemaakt door een band, waarbij de bandleden elkaar beinvloeden, aan de andere kant de eenlingen, die een hoogstpersoonlijke manier van werken hebben. ''Je bent niet meer bezig met een drumspoor of een basloop, dat zijn eigenlijk maar woorden. Je bent bezig met iets anders, iets dat daarboven hangt. Dat kun je niet met z'n allen doen, dat kun je alleen zelf doen.''
In Nederland is het opvallend dat de interessantste muziek de laatste jaren door zulke eenlingen wordt gemaakt: Solex bijvoorbeeld, en Bauer. Spinvis: ''Goede, zuivere, onversneden ideeën komen voort uit de hoofden van individuen, niet uit groepen. En door de huidige stand van de techniek is een componist niet meer afhankelijk van een band, producer, studio enzovoorts. De afstand tussen het zuivere idee en de uiteindelijke vastlegging ervan wordt daardoor steeds korter.''
Thuisopnamen hebben een bijzondere kwaliteit, vindt Anne Soldaat: ''Het krijgt een rare sfeer, als iemand het in zijn eentje heeft gemaakt. Het klinkt heel intiem.'' Spinvis: ''Op de cd staan dingen die ik op een maandagnacht in mijn eentje heb ingezongen, heel zacht... Dan kom je heel dicht op de huid van het origineel. Het is niet meer zo dat je eerst een demo-opname maakt, die dan in de studio opnieuw wordt opgenomen. Je krijgt nu een dagboekachtige directheid.''
Spinvis voelt een sterke verwantschap met de talloze anderen die in een thuisstudio werken: ''Ik weet zeker dat er honderdduizenden zoals ik zijn, die dit op hun kamer zitten te doen; hun dromen zitten te verwezenlijken. Dat ik er nu succes mee heb, is eigenlijk namens het hele leger van eenzame pc-strijders.''