Daar gaan we nog 'n keer, Kat Yidaki...
Daar gaan we nog 'n keer, Kat Yidaki...
Maar goed, we komen steeds verder
Origineel geplaatst door Kat Yidaki
Nee. Substitutie-akkoorden zijn niet meer dan akkoorden die je in plaats van andere akkoorden kunt spelen. Je kunt dan besluiten de oorspronkelijke tonaliteit te volgen (zoals in veel pop) of deze akkoorden te gebruiken als "pivotale akkoorden" - zoals in de jazz vaak voorkomt.
Volgens mij is dit (bijna) precies wat ik had gezegd. Uiteraard zijn er ook nog de vermeerderde kwinten, de verminderde nones, en noem ze maar op. Ik richtte me even op de secundaire akkoorden om raakvlak te houden met de notenbalk en het hele I-ii-iii-IV-V-vi-vii systeem. Ik heb het idee dat het anders voor velen niet meer te volgen wordt. Dit is geen waarde-oordeel dat ik zelf vel, ik leidt dit af aan de diverse posts.
In plaats van te spreken over "I-IV-V" kun het beter hebben over de tonisch-subdomminant-dominant beweging. Al die rollen kunnen gespeeld worden door - je raadt het al - substitutie-akkoorden.
Mmmm.... Ik heb dat romeinse cijfersysteem altijd aantrekkelijk gevonden. het vormt ook de grondslag van de manier waarop in het country-genre muziek wordt genoteerd. Wat je van het genre vindt; het is absoluut één van de meest professionele moderne muziekstijlen. En dat is niet zo gek: het is het muzikale evangelie voor jong en oud in een gebied zo groot als West-Europa en dat is het al zeker 50 jaar.
In Nashville Tennissee geen notenschrift, maar "Let's do a second-fifth format in the key of A, let's go".
De IV wordt inderdaad heel vaak vervangen door de IIm, want dat zijn substituties van elkaar. Nog sterker, je kunt in principe iedere dominant septiem laten voorafgaan door een subdominant-mineur septiem, dus: IIm7-V7. Dit simpele feit wordt in heel veel jazz gebruikt als basis voor heel veel ingewikkelde akkoord-schema's met een sterke voorwaartse drive.
Niets aan toe te voegen.
De bVII7 wordt hier gebruikt als substitutie voor de VII half verminderd om te voorkomen dat het geheel harmonisch weer naar de I toe moet. Om toch weer bij de I uit te komen maakt men gebruik van een reeks subdominant-subdominant resoluties. De melodie hoeft hierdoor niet tot nauwelijks te veranderen. Het is een oude truuk die al werd toegepast in de klassieke muziek.
Ik vind dat VIIb en vii toch behoorlijk ver van elkaar af liggen. Het zijn niet de 2 en de 4 die het karakter bepalen, maar juist die vii die dus naar VIIb gaat. (Even een leeswijzer: romeinse cijfers zijn akkoorden; gewone (=arabische) cijfers zijn noten) Vanaf I vind ik het vii akkoord echt zo'n overgangsakkoord (een pivot zoals jij het al noemde) naar de toonsoort vi (is dus mineur). Namelijk vii is dan de ii, en dan via V naar i (wat eerst vi was). Dus een modulatie naar de relatieve mineur-figuur; bijvoorbeeld A-mineur is de relatieve mineur van C-majeur omdat beide akkoorden veel tonen gemeen hebben maar toch verschillen in tonaliteit. In ieder geval niet iets wat lijkt op de Sympathy-figuur.
Jouw misperceptie is dat subtitutie-akkoorden perse in de oorspronkelijke toonsoort zouden moeten vallen, wat echter niet zo is. Nog sterker: de bVII7 zou weer kunnen gaan naar diens dominante akkoord, dus bijvoorbeeld een Bb7 naar een Eb... of naar een Eb7 ... of naar een Ebm7... en van daaruit weer verder. In "Sympathy for the Devil" kiest men vooreen wat zwakkere subdominant-tonische resolutie, om de melodie niet in de wielen te rijden.
VIIb7 is echter geen substitutie voor V. En zit ook geen Bb in G7.
Ach, misperceptie..............., goed dat hebben we achter ons gelaten. De posts in dit forum dient om zoveel mogelijk geïnteresseerden te bedienen; ook degenen die op het gevorderden of zelfs zéér-gevorderden-nivo zitten te bedienen. Daarom leek mij substitutie-akkoorden uitleggen binnen de akkoorden van één toonladder wel zo handig om er in te komen. Maar je hebt gelijk; sterker nog, substitutie-akkoorden met hun aparte toonkarakter betekenen verandering en leiden zo een nummer naar een andere toonsoort (= modulatie), dit zijn de pivot-akkoorden. Een goed voorbeeld is het bekende nummer "Jan Klaassen was trompetter in het leger van de prins" van Rob de Nijs. Iedereen, zet je over gêne heen en beluister dat nummer nu 'ns. je zult meteen merken dat het chorus in een andere soort wordt gespeeld dan de coupletten. Het chorus is een "gewone" I-IV-V progressie, maar vervolgens gaat het via III (majeur; dus niet de iii mineur die je verwacht binnen de toonladder van het chorus -> dit duidt dus al op een verandering en is dus zo'n pivot-akkoord). Dit overgangs-akkoord blijkt dan ineens de V te zijn van de nieuwe toonsoort, namelijk de relatieve mineur vi, van de coupletten.
Als je de akkoorden wilt; hier is een
linkje .
En dat doet men gewoon om dat vermaledijde half-verminderde akkoord te omzeilen en toch nog in de buurt van de tonaliteit te blijven. Daarom kiest men voor bVII7, omdat dat kwa klank nog het meest lijkt op dat akkoord, zonder perse naar de I te moeten. Dat de 7 in de bVII7 niet oplost is geen enkel probleem. Zoek maar op "unresolved tensions".
Hier kan ik je niet meer volgen. Hier liggen duidelijk de grenzen van mijn muzikale kennis. Volgens mijn simpele beredenering klinkt een VIIb gewoon goed na een I en is het zaak om deze figuur binnen de theorie te beschrijven en ook te verklaren waarom deze goed klinkt.
Jij zegt dat men met dit akkoord in de buurt van de tonaliteit van vii te blijven. Waarom wil men dat? Toch om raakvlak te houden met de toonladder van I? Eerder had je gezegd dat die VIIb de IV van IV is, dus dat er wordt gemoduleerd naar de toonladder van IV?
Persoonlijk zie ik nog het meeste in het laatste, hoevel een modulatie per maat wel een beetje veel is van het goede.
Ik vind het niet erg als iemand deze dingen niet weet, maar een muziekleraar hoort deze kennis toch wel te bezitten.
