Het verschil tussen analoog en digitaal is snel aan het vervagen. Vroeger was digitaal gequantificeerd en rauw vanwege de lage resolutie. Tegenwoordig heeft digitaal bijna dezelfde resolutie als analoog en is dus "zo goed als analoog" te noemen. Technieken als dithering en oversampling zorgen voor een realistische onvoorspelbaarheid waardoor mogelijke digitale quantificatie fouten worden gecorrigeerd en niet meer meetbaar zijn in de analoge wereld.
Op het moment dat de digitale quantificatie fouten kleiner zijn dan de eigen ruis en de tollerantie in lineariteit van analoge componenten, op dat moment kun je stellen dat digitaal meer lineair is dan analoog.
Als we bijvoorbeeld over 40 jaar overstappen op 128 bits digitale audio ( 16, 24, 32, 64, 128 ) dan kun je gerust zeggen dat digitaal meer analoog is dan analoog.
Hopelijk is het nu nog een beetje te volgen.
Op het moment dat de digitale quantificatie fouten kleiner zijn dan de eigen ruis en de tollerantie in lineariteit van analoge componenten, op dat moment kun je stellen dat digitaal meer lineair is dan analoog.
Als we bijvoorbeeld over 40 jaar overstappen op 128 bits digitale audio ( 16, 24, 32, 64, 128 ) dan kun je gerust zeggen dat digitaal meer analoog is dan analoog.
Hopelijk is het nu nog een beetje te volgen.

